direct naar inhoud van 4.4 Geluid
Plan: Oosterbeek Veegbestemmingsplan 2012
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0274.bp0143ob-va04

4.4 Geluid

Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. In de Wgh is de zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluid) eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies.

4.4.1 Wegverkeerslawaai

Conform de Wet geluidhinder (Wgh) dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien er sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen de onderzoekszone van een weg. Ingevolge artikel 74, lid 1 van de Wet geluidhinder is de omvang van zones langs één- of tweebaanswegen in stedelijk gebied, 200 meter aan weerszijden van de weg. Artikel 74, lid 2 geeft echter een aantal uitzonderingen waarbij lid 1 niet van toepassing is, en er dus ook geen zone wordt toegekend. Dit geldt voor wegen in een woonerf of een 30 km-zone.

Gelet op het overwegend conserverende karakter van het bestemmingsplan heeft het aspect geluid geen gevolgen voor het bestemmingsplan en is in nader onderzoek naar wegverkeerslawaai niet noodzakelijk met uitzondering van de ontwikkelingslocatie hotel Dreyeroord.

Hotel Dreyeroord

Voor de ontwikkeling Dreyeroord is de haalbaarheid voor het aspect geluid aangetoond.

De mate waarin geluid, veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat in principe de geluidsbelasting op woningen niet de 48 dB mag overschrijden.

Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen op een bepaalde afstand van de geluidsgevoelige functie.

De nieuwe woningen liggen in de geluidzone van de Nico Bovenweg, de Stationsweg en de spoorweg Utrecht-Arnhem. Voor de overige wegen in het plangebied geldt een maximum snelheid van 30 km/uur. Ondanks het feit dat er geen sprake is van een zone langs deze 30 km/uur wegen is in het akoestisch onderzoek de geluidbelasting ten gevolge van de Graaf van Rechterenweg en de Cronjéweg toch berekend omdat:

  • de gemeente de belangen dient af te wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening;
  • bij het realiseren van de woningen deze geluidbelasting meegenomen dient te worden bij de beoordeling van de geluidwering in het kader van het Bouwbesluit.

Door Schoonderbeek en Partners Advies BV is in februari 2009 een akoestisch onderzoek5 verricht. Uit het onderzoek blijkt dat zowel ten gevolge van het wegverkeer, als ook van het railverkeer, de geluidbelasting lager is dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Deze wet vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan.

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit onderdeel van het veegbestemmingsplan.

4.4.2 Spoorweglawaai

Ten aanzien van spoorweglawaai geldt dat er wettelijke geluidszones zijn vastgesteld waarbinnen bij nieuwe situaties aandacht dient te worden geschonken aan dit railverkeerslawaai. In het Besluit Geluidhinder Spoorwegen is de breedte van de geluidszone langs het traject 's-Hertogenbosch-Eindhoven bepaald op 800 meter.

Wanneer de gemeente een bestemmingsplan opstelt, waarin de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen (onder andere woningen) langs bestaande, gezoneerde spoorwegen mogelijk wordt gemaakt, is er sprake van een nieuwe situatie in het kader

van de Wet geluidhinder.

Als wettelijke grenswaarde geldt in nieuwe situaties een etmaalwaarde van het equivalentegeluidsniveau van 55 dB voor woningen en 53 dB voor andere geluidsgevoelige bestemmingen. Voor nieuwe woningen langs de bestaande, gezoneerde spoorwegen kan een grenswaarde worden vastgesteld tot maximaal 68 dB (uiterste grenswaarde).

Conclusie

Gelet op het conserverende karakter van het bestemmingsplan heeft het aspect geluid geen gevolgen voor het bestemmingsplan en is nader onderzoek naar spoorweglawaai niet noodzakelijk.

Voor de ontwikkellocatie ter plaatse van hotel Dreyeroord heeft Schoonderbeek en Partners Advies BV in februari 2009 een akoestisch onderzoek6 verricht. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het railverkeer lager is dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Deze wet vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het dit onderdeel van het veegbestemmingsplan.