direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Oosterbeek-Zuid 2016
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De gemeente Renkum heeft besloten de bestemmingsplannen binnen de gemeente te herzien. Aanleiding hiertoe is dat in de gemeente de meeste van de geldende bestemmingsplannen ouder waren dan tien jaar dan wel bijna tien jaar oud zijn, soms gedateerd zijn en er diverse bestemmingsplansystematieken worden gehanteerd. Die (verouderde) plannen vormen geen actueel beleidskader meer en zijn gebaseerd op de destijds geldende inzichten voor wat betreft de regelgeving en beleid. Daarnaast bepaalt de in juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening (Wro) dat bestemmingsplannen eens in de tien jaar moeten worden vastgesteld.

Binnen de gemeente Renkum bestaat de wens om de vele huidige geldende plannen te vervangen door enkele nieuwe plannen met één systematiek. Dit komt de rechtsgelijkheid en werkbaarheid ten goede en maakt handhaving beter mogelijk. Het streven is om door middel van een integrale herziening uniformiteit in de regels en wijze van bestemmen aan te brengen. Tevens wordt met de actualisatie voldaan aan de gemeentelijke wens tot digitalisering en digitaal gebruik van de bestemmingsplannen, waarmee voorwaarden worden geschapen voor een betere uitwisseling en raadpleging van bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan is hiermee geheel in lijn met de Wro.

Het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016' is opgesteld in de lijn van en met nagenoeg dezelfde opzet en regels als de in 2012, 2013, 2014 en 2015 vastgestelde (voornamelijk beheer-)bestemmingsplannen 'Oosterbeek veegbestemmingsplan 2012', 'Heveadorp 2012', 'Kievitsdel 2013', 'Doorwerth 2013', 'Renkum - Heelsum 2013', 'Oosterbeek-Noord 2014' en 'Oosterbeek-Centrum 2015'.

Voor het grootste deel van het plangebied van het voorliggende nieuwe bestemmingsplan geldt nu nog het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006'. Dit plan is bijna tien jaar oud, wat de reden is om nu een nieuw bestemmingsplan te maken voor het zuiden van Oosterbeek. Gekozen is om een zo groot mogelijk gebied op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan en om daarmee zo veel mogelijk bestaande bestemmingsplannen voor dat gebied te vervangen, ondanks dat enkele van die plannen nog relatief nieuw zijn. Daardoor wordt een bijna gebiedsdekkend bestemmingsplan gemaakt.

Twee gebieden in het zuiden van Oosterbeek zijn niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Voor deze twee gebieden worden op korte termijn aparte bestemmingsplannen gemaakt. Het betreffen de gebieden 'Bedrijventerrein Klingelbeekseweg' in het oosten van Oosterbeek en 'Tuin de Lage Oorsprong' in het westen van Oosterbeek.

Het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016' is een zogenaamd beheergericht plan. Dat wil zeggen dat het is gericht op het behouden en beheren van de bestaande ruimtelijke en planologische situatie. Het bestemmingsplan neemt in hoofdzaak de bestaande bouw- en gebruiksrechten over van de nu nog geldende bestemmingsplannen en het legt de feitelijke situatie vast. Wel zijn de bestaande bestemmingen en bouw- en gebruiksrechten vertaald naar en aangepast aan de huidige gemeentelijke standaarden en inzichten en de huidige wetgeving. Dit houdt in dat nu gebruik gemaakt wordt van voorgeschreven standaardbestemmingen en dat het plan op perceelsniveau (met name in de bestemming 'Wonen') iets meer flexibiliteit (bouwruimte en gebruiksruimte) biedt. Hierdoor is de kans kleiner dat bouwplannen voor het uitbreiden van de woning of het bouwen van een bijgebouw in strijd zullen zijn met het bestemmingsplan. De voorheen geldende bestemmingsplannen waren daarin soms te beperkend, zonder dat dat nodig was. Ook zijn geconstateerde omissies gecorrigeerd en aangepast in het voorliggende bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen mogelijk. De in het Besluit ruimtelijke ordening genoemde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is daarom niet van toepassing op dit plan.

Plannen, die reeds bestuurlijk (en soms maatschappelijk) zijn geaccordeerd en waarover bestuurlijke besluiten genomen zijn, zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Het betreffen vastgestelde bestemmingsplannen voor nieuwe (nog niet geheel gerealiseerde) ontwikkelingen of bouwplannen waarvoor 'vrijstelling', 'ontheffing' of 'afwijking' is verleend. Voor de meeste van deze nieuwe ontwikkelingen is de gehele ruimtelijke-juridische procedure reeds afgerond. Het kan zijn dat tegen een enkele ontwikkeling nog een bezwaar of (hoger) beroepsprocedure loopt. In ieder geval heeft de gemeente de benodigde planologische procedures doorlopen en de benodigde vergunningen verleend, waardoor de gemeente achter die plannen staat. Daarom worden die plannen nu opgenomen in het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016'. Bij de voornoemde ontwikkelingen (geheel juridisch afgerond of deels) kan gedacht worden aan vergunde functiewijzigingen van panden, uitbreidingen van woningen en/of bijgebouwen. Ook de nog niet (geheel) gerealiseerde woningbouwontwikkeling aan de Cornelis Koningstraat is, net als in de voorgaande onherroepelijke bestemmingsplannen 'Oosterbeek Centrum, herziening art. 30 WRO, 2008' en 'Oosterbeek-Centrum 2015' opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Het laatste bestemmingsplan wordt nu overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016'.

Grote nieuwe ontwikkelingen die nog niet concreet (genoeg) zijn, dat wil zeggen waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden in de vorm van een afwijking of een vergunning, worden niet opgenomen in dit beheerbestemmingsplan. Hier worden de gronden bestemd conform de huidige bestemming in de voorheen geldende bestemmingsplannen. Deze plannen zijn nog niet concreet genoeg en zijn nog aan politieke discussie en inspraak van burgers onderhevig. Dat wil niet zeggen dat die ontwikkelingen niet gewenst zijn. Zodra de betreffende ontwikkelingen / plannen concreet zijn zullen daarvoor aparte ontwikkelende bestemmingsplannen gemaakt worden. Hierbij valt onder andere te denken aan de (nieuwbouw)plannen voor het terrein van de voormalige boerderij aan de Geelkerkenkamp 18a-20, Hemelseberg 1 (terrein van Zinzia Zorggroep) en Jacobaweg 4 (Taxibedrijf Derksen).

Een kleinschalige verandering voor de locatie Utrechtseweg 62 (hoek Beukenlaan), Villa Rosande, is wel meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Dit perceel heeft nu de bestemming 'Gemengd - 1' gekregen. Dit houdt in dat hier kantoren en woningen (circa 3) zijn toegestaan binnen het bestaande pand. Het pand had in het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' de bestemming 'Kantoor', conform het toen bestaande gebruik. Echter in het voorgaande bestemmingsplan 'Oosterbeek 1983' had het perceel een woonbestemming, conform het toen bestaande gebruik (het pand is ook ooit als woning opgericht en heeft de uitstraling en vorm van een woning). De eigenaar van het pand heeft in 2014 gevraagd, mede vanwege deze geschiedenis en de slechte kantorenmarkt om de bestemming te verruimen, en dit mee te nemen bij de volgende bestemmingsplanherziening voor Oosterbeek-Zuid, waardoor ook wonen in het pand mogelijk is. Aan dit verzoek is nu meegewerkt.

Het beheergerichte karakter houdt echter niet in dat voornoemde ruimtelijke situatie voor de komende tien jaar wordt bevroren. Onnodige starheid van het plan moet worden voorkomen. Het is namelijk niet zinvol om voor elke wijziging een afzonderlijk bestemmingsplan te maken. Kleinschalige ontwikkelingsmogelijkheden, veelal op perceelsniveau, zoals uitbreiding, zijn dan ook meegenomen in voorliggend beheergericht bestemmingsplan. Overige nieuwe ontwikkelingen op perceeloverschrijdend niveau zijn niet meegenomen. Hiervoor wordt zonodig een afzonderlijk bestemmingsplan gemaakt.

Het bestemmingsplan dient voldoende rechtszekerheid te bieden voor iedereen maar dient ook flexibel genoeg te zijn om in te spelen op wensen van bewoners en wijzigende inzichten in de komende tien jaar. Zo biedt het voorliggende bestemmingsplan, net als de recent vastgestelde bestemmingsplannen voor de andere kernen in de gemeente, voldoende ruimte om aan de achterzijde van woningen aanbouwen (wel tot een bepaalde diepte, oppervlakte en hoogte) toe te staan. Dit sluit ook aan bij het vergunningvrije bouwregime op achtererven. Ook worden hiermee de meest voorkomende bouwwerken, waaraan tot nu toe altijd meegewerkt wordt met afwijkingen van het bestemmingsplan, rechtstreeks toegestaan. Om voldoende flexibiliteit te houden in het bestemmingsplan en om snel, via maatwerk, in te kunnen spelen op veranderende behoeftes in het gebruik van de woningen zijn diverse afwijkingen opgenomen zoals het creëren van meer gebruiksmogelijkheden voor inwoners van de eigen woning (bijvoorbeeld: schone bedrijvigheid aan huis, drie generatiebenutting en mantelzorg aan huis).

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied wordt globaal begrensd door de kruising van de Wolfhezerweg en de Utrechtseweg in het uiterste noordwesten. De Utrechtseweg is de noordelijke grens van het plangebied (de Utrechtseweg ligt, met uitzondering van een klein gedeelte in het uiterste noordwesten, net niet in het plangebied). De gemeentegrens met Arnhem (De Hes-west en de Slijpbeek) is de oostelijke grens, waarbij dit doorloopt langs de gemeentegrens met Arnhem tot in het zuidoosten. Vanaf de Slijpbeekweg in het zuidoosten wordt het plangebied in het zuiden (richting het westen) begrensd door de woningen en gebouwen met percelen aan de Klingelbeekseweg en Benedendorpsweg. De grens van het plangebied ligt hier tussen de genoemde percelen en de agrarische percelen ten zuiden hiervan. Vanaf het zuidoosten richting het westen liggen in ieder geval de volgende percelen binnen het plangebied: Klingelbeekseweg 26a-68, de Benedendorpsweg 4-48-72-118-134-(oude kerk)-168-210, het hele Kerkepad tot aan de Veerweg (inclusief percelen 4-6) en de Veerweg (inclusief percelen 2 en 5) tot en met de Westerbouwing in het zuidwesten. In het westen wordt het plangebied begrensd door de Westerbouwing, het onverharde bospad (dit is de BAG-grens van het dorp Oosterbeek) ten noorden hiervan tot aan het bospad ten westen van het terrein Jan Pieter Heije wat eindigt in de kruising Italiaanseweg - Wolfhezerweg in het uiterste noordwesten. In het plangebied ligt dus ook het terrein van Jan Pieter Heije (volledige eigendom) aan de Utrechtseweg 316 en het bosgebied ten zuiden hiervan (gelegen ten westen van de Van Borsselenweg). De Van Borsselenweg en het agrarische bedrijf op nummer 39 liggen ook in het plangebied. Het terrein van de Tuin de Lage Oorsprong aan de Van Borsselenweg 36 ligt niet in het plangebied. Hetzelfde geldt ook voor het bedrijventerrein aan de Kingelbeekseweg in het zuidoosten.

Het plangebied is overwegend een woongebied met wegen en parken, bossen (met name in het westen), agrarische percelen (met name in het oosten en westen), - en winkelgebied in het centrum, waarbinnen op kleine schaal functies als bedrijvigheid, verzorgingshuizen en scholen zijn gevestigd. In combinatie met de hoogteverschillen, het duidelijk aanwezige groen en de architectonische vormgeving van de gebouwen is een aantrekkelijk woonmilieu en leefmilieu ontstaan.

De navolgende afbeelding toont globaal de ligging en de begrenzing van het plangebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0001.png"

Ligging en begrenzing plangebied (luchtfoto Google Maps)

1.3 Geldende bestemmingsplannen

Voorliggend plan herziet (soms gedeeltelijk) de bestemmingsplannen die van kracht zijn in het plangebied alsmede alle partiële herzieningen en wijzigingen en paraplubestemmingsplannen voor het gebied. Het gaat om ongeveer elf bestemmingsplannen. Voor het grootste deel van het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Oosterbeek-Zuid 2006', 'Oosterbeek-Centrum 2015' en 'Buitengebied, (correctieve) herziening 2008'. Het betreffen de volgende bestemmingsplannen:

  • 'Oosterbeek 1983', (deels), vastgesteld op 18 januari 1984 en goedgekeurd op 12 augustus 1988;
  • 'Oosterbeek-Zuid 2006', vastgesteld op 29 juni 2006 en (gedeeltelijk) goedgekeurd op 27 februari 2007;
  • 'Buitengebied, (correctieve) herziening 2008', (deels), vastgesteld op 17 december 2018 en gedeeltelijke goedgekeurd op 10 juli 2009;
  • 'De Hes-west 2011', vastgesteld op 28 februari 2012;
  • 'Jan Pieter Heije 2013', vastgesteld op 18 december 2013. Goedkeuring niet van toepassing op dit bestemmingsplan;
  • 'Van Borsselenweg 4a, 2014', vastgesteld op 6 mei 2014. Goedkeuring niet van toepassing op dit bestemmingsplan;
  • 'Stenenkruis 14, 2015', vastgesteld op 24 juni 2015. Goedkeuring niet van toepassing op dit bestemmingsplan;
  • 'Oosterbeek Centrum 2015', vastgesteld op 30 september 2015. Goedkeuring niet van toepassing op dit bestemmingsplan;
  • 'Parapluherziening prostitutie gemeente Renkum' (deels), vastgesteld op 19 juni 2002 en goedgekeurd op 14 januari 2003;
  • 'Parapluherziening verbod wonen in bijgebouwen 2009' (deels), vastgesteld op 16 december 2009. Goedkeuring niet van toepassing op dit bestemmingsplan;
  • 'Parapluherziening mantelzorg 2010' (deels), vastgesteld op 27 oktober 2010. Goedkeuring niet van toepassing op dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplannen en -regelingen overgenomen

In het voorliggende bestemmingsplan is het op 26 september 2015 vastgestelde bestemmingsplan 'Oosterbeek-Centrum 2015' nagenoeg ongewijzigd opgenomen. Ook de bestemmingsplannen 'Stenenkruis 14, 2015', 'Van Borsselenweg 4a, 2014', 'Jan Pieter Heije 2013' en 'Oosterbeek veegbestemmingsplan 2012' zijn nagenoeg ongewijzigd overgenomen. Dit geldt ook tot op zekere hoogte voor het bestemmingsplan 'De Hes-west 2011', zij het dat dit plan nog is opgesteld onder de verouderde digitale eisen. Inhoudelijk is dit plan ook nagenoeg ongewijzigd overgenomen, zij het dat sommige bestemmingen nu een net iets andere naam hebben gekregen ('Kantoor - 1' in plaats van 'Kantoor' en 'Groen - Park' in plaats van 'Groen').

Grofweg geldt dat hoe ouder de bestemmingsplannen zijn die het nieuwe bestemmingsplan actualiseert, hoe meer (kleine) aanpassingen zijn doorgevoerd. Dit komt dan met name door de huidige wetgeving (waaronder het vergunningvrij bouwen op achtererfgebieden) en daarin voorgeschreven wijze van bestemmen, de gemeentelijke standaardregels, maar ook soms de ligging van een bouwvlak of de hoogtes daarbinnen. Veelal komt dit laatste door omissies in het verleden maar ook doordat in de loop van de jaren diverse vergunningen verleend zijn waarbij is afgeweken van de toen geldende bestemmingsplannen. Als laatste geldt dat ook nieuwe inzichten kunnen leiden tot kleine wijzigingen. Uiteraard geldt dat in het voorliggende bestemmingsplan geen grote nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn gemaakt.

Oosterbeek-Zuid 2006

De in het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' opgenomen dubbelbestemming 'beschermd dorpsgezicht' (niet zijnde de wettelijke regeling hierover) is, net als in het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Centrum 2015' niet opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016'. Dit omdat deze regeling geen toegevoegde waarde had en heeft en een onnodige regeldruk betekende. Die regeldruk bestond uit een aanlegvergunningstelsel voor diverse (graaf)werkzaamheden in tuinen van woningen, terwijl bijna al die handelingen inmiddels vergunningvrij zijn en die werkzaamheden nooit zijn geweigerd. Het door de gemeente ooit opgestelde 'beschermd dorpsgezicht' betrof feitelijk een inventarisatiedocument over de ontstaansgeschiedenis van het centrum van Oosterbeek en de karakteristieke onderdelen van dat gebied en is gebruikt als sturend document voor de wijze van bestemmen in de bestemmingsplannen 'Oosterbeek Centrum' uit 2005 en 'Oosterbeek-Zuid 2006'. Die beschermende wijze van bestemmen op basis van dat het 'beschermd dorpsgezicht' is in het voorliggend bestemmingsplan overgenomen en daarmee zijn de structuurbepalende elementen en structuren van het centrum nog steeds vastgelegd. In het beschermd dorpsgezicht waren diverse panden als karakteristieke panden bestemd. Dat is wel overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Daarmee wordt voorkomen dat deze panden zonder vergunning gesloopt kunnen worden.

In het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' hadden enkele percelen de algemene en ruime (restbestemming) 'Groene Ruimte'. De gronden in deze bestemming waren bestemd voor: 'tuinen, openbaar groen, waterpartijen (zoals vijvers en waterlopen), bos, parken, wandelpaden, instandhouding van cultuurhistorische waarden en landgoederen, bescherming van waardevolle houtopstanden en landbouw'. Binnen deze bestemming waren dus verschillende gebruiken toegestaan, van tuin (voor woningen) tot bos, park en landbouw (agrarisch). Dit bood weinig houvast en was soms te ruim bestemd. In het voorliggende bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016' is gekozen om deze algemene bestemming niet meer te gebruiken maar om nu per locatie een specifieke bestemming op te nemen die recht doet aan het bestaande gebruik. Dit is ook al gebeurd voor drie locaties met deze bestemming in het vastgestelde bestemmingsplan 'Oosterbeek-Centrum 2015'. Het ging daar om de volgende locaties:

  • de tuin van het appartementencomplex Pietersbergseweg 'De Tafelberg' (deze locatie heeft de bestemming 'Tuin' gekregen);
  • het particuliere terrein (agrarische en deels beboste perceel) aan de Jagerskamp 15 (deze locatie heeft de bestemming 'Groen - Park' gekregen met deels de aanduiding 'agrarisch');
  • het weiland op de hoek van de Van Toulon van der Koogweg / Emmastraat (deze locatie heeft de bestemming 'Agrarisch' gekregen);

De overige locaties met de bestemming 'Groene Ruimte' in het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' zijn in het nu voorliggende bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016' omgezet in meer specifieke bestemmingen. Het gaat globaal om de volgende locaties:

  • de groenstrook met vijvers van De Gielenbeek (in het zuiden), bij De Dennenkamp. Deze locatie heeft nu de bestemming 'Groen - Park' en 'Water - Hoogste Ecologische Niveau (HEN-wateren)' gekregen;
  • de groenstrook (en tuinen van woningen) langs en de Zuiderbeek (met de vijvers), vanaf De Dam richting de Benedendorpsweg. Deze locatie heeft nu de bestemmingen 'Groen - Dalzone' (in het noorden), Groen - Park' (in het zuiden) en 'Water - Specifieke Ecologische Doelstelling (SED)' gekregen;
  • de tuinen van en ten zuiden van de woningen aan de Geelkerkenkamp (even nummers 2-16). Deze locatie heeft conform het huidige gebruik deels (in het oosten) de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' en grotendeels de bestemming 'Tuin' gekregen (daar waar de gronden voor tuinen met kleine (vergunningvrije) gebouwen en bouwwerken wordt gebruikt). Hierbij is de oorspronkelijke grens van deze bestemming iets aangepast bij de tuinen van nummers 12, 14 en 14a, waarbij een kleine strook de bestemming 'Wonen' heeft gekregen (conform de feitelijke situatie met gebouwde bijgebouwen ter plaatse);
  • diverse percelen ten zuiden van de Benedendorpsweg (vanaf de kruising met de Jhr. Nedermeijer van Rosenthalweg tot aan de spoorlijn Arnhem - Nijmegen). Hieronder valt ook het waterwingebied van Vitens aan de Benedendorpsweg 42. Deze locaties hebben nu de bestemming 'Agrarische met waarden' - Landschap' (met de aanduiding 'volkstuin'), de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' (met de aanduiding 'waterwingebied', ter plaatse van de eigendom van Vitens) en de bestemming 'Tuin' (met de aanduiding 'landschap'). In al deze bestemmingen staat de bescherming van de landschapswaarden (zijnde de openheid en doorzichten) en de morfologie voorop.

Buitengebied, (correctieve) herziening 2008

Met name het bestemmingsplan 'Buitengebied, (correctieve) herziening 2008' bevatte veel onjuistheden. Dit komt omdat ten eerste het plan gebaseerd is op en een herziening / aanpassing betreft van het daarvoor geldende bestemmingsplan 'Buitengebied' dat in 2001 is vastgesteld en medio 2000 is opgesteld. Daardoor is het plan in grote lijnen gebaseerd op gegevens van circa 16 jaar geleden. Als tweede komt dit door het schaalniveau (1:5000) van dat bestemmingsplan en doordat een slechte ondergrond (niet kadastraal) is gebruikt. Hierdoor liggen vele bestemmingen (zoals bouwvlakken, verkeersbestemmingen en dergelijke) in dat bestemmingsplan (deels) niet op de juiste plaats. Dat is in het voorliggende bestemmingsplan Oosterbeek-Zuid 2016 gecorrigeerd.

Voor de locatie Hemelseberg 1 (eigendom van Zinzia Zorggroep) is de bestemming en ligging van die bestemming iets aangepast ten opzichte van hetgeen in het bestemmingsplan 'Buitengebied, (correctieve) herziening 2008' was opgenomen. Het terrein had voorheen de bestemming 'gast- en verpleeginrichting' en nu 'Maatschappelijk - Zorginstelling 2'. Qua toegestaan gebruik is er niet veel veranderd, ook niet qua maximaal te bebouwen oppervlak. Wel qua ligging en grootte van het bouwvlak. Voorheen was een groot bouwvlak opgenomen, deels over de bestaande bossen (Gelders NatuurNetwerk), met daarin een maximaal bebouwingspercentage. Nu is het bouwvlak verkleind, maar de toegestane te bebouwen oppervlakte is gelijk gebleven. Het bouwvlak ligt nu alleen nog op de locatie waar tot circa 2004 het voormalige verzorgingshuis stond. Hiermee is het bouwrecht behouden gebleven, waardoor er geen planschade is ontstaan, maar kan niet overal meer gebouwd worden.

Wijzigingsbevoegdheid en uit te werken woonbestemming

In het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' was een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van een woning in de voortuin van de woning aan de Kneppelhoutweg 14a. Deze wijzigingsbevoegdheid is nu weer overgenomen. Dit omdat de eigenaar nog steeds de woning wil bouwen en er ruimtelijk geen argumenten zijn om dit niet toe te staan.

In het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' was ook een uit te werken woonbestemming opgenomen in het gebied achter de woningen aan de zuidzijde van de Bato'sweg (oneven nummers 17-33), Engelenhof 4 en 5, het Kerkeland (oneven nummers 3-45), en de Jhr. Nedermeijer van Rosenthalweg (oneven nummers 81-85). Ook deze uit te werken woonbestemming is overgenomen. Mede ook omdat de eigenaar van een groot gedeelte van dat gebied (Bato'sweg 17) in 2015 plannen had gemaakt / heeft om, binnen het gebied en op zijn eigendom (project Eibershof) circa acht woningen te bouwen. In het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' was geen maximum aantal woningen opgenomen in deze uit te werken woonbestemming. Uit de toelichting van het daarvoor geldende bestemmingsplan voor de Rosandehoogte stond dat hier circa 20 woningen gepland waren. In het voorliggende bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016' is nu wel een maximum aantal woningen opgenomen binnen de uit te werken woonbestemming, namelijk 16. Dit is een aantal dat als maximaal passend gezien kan worden in dit gebied, mede ook gerelateerd aan de plannen van de eigenaar van Bato'sweg 17.

In het, vanuit de Wet ruimtelijke ordening geredeneerd, relatief kort geleden (circa 5 jaar) vastgestelde bestemmingsplan 'De Hes-west 2011' is ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Een bestemmingsplan geldt namelijk voor maximaal 10 jaar. Deze wijzigingsbevoegdheid is overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016'.

Hierna staan de verbeeldingen van bijna alle voorheen geldende bestemmingsplannen afgebeeld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0002.png"

bestemmingsplan 'Oosterbeek-Centrum 2015'

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0003.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0004.png"  
bestemmingsplan 'Buitengebied, (correctieve) herziening 2008' (westelijk deel) (rood plangrens nieuw bestemmingsplan)   bestemmingsplan 'Buitengebied, (correctieve) herziening 2008' (oostelijk deel)  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0005.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0006.png"  
bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' (noordwesten, Utrechtseweg- Van Borsselenweg)   bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' (noordwesten, Utrechtseweg- Pietersbergseweg - Park Hartenstein)  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0007.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0008.png"  
bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' (noordoosten, Utrechtseweg - Julianaweg - Mariënbergweg)   bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' (zuidoosten, Benedendorpsweg - Stenenkruis - Prins Bernhardweg - Rosandeweg)  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0009.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0010.png"  
bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' (zuidwesten, Benedendorpsweg - Weverstraat - Ploegseweg)   bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006' (zuiden, Benedendorpsweg - Fangmanweg - Emmastraat - Stenenkruis - Jhr. Nedermeijer v Rosenthalweg)  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0011.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0012.png"  
bestemmingsplan 'Jan Pieter Heije 2013'   bestemmingsplan 'De Hes-west 2011'  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0013.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0014.png"  
bestemmingsplan 'Stenenkruis 14, 2015'   bestemmingsplan 'Van Borsselenweg 4a, 2014'  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0015.png"

deelgebieden (voormalig GAWAR-terrein, Benedendorpsweg & Leo Kannerhuis, Julianaweg) uit bestemmingsplan 'Oosterbeek veegbestemmingsplan 2012'

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0016.png"

deelgebieden aan de Klingelbeekseweg uit bestemmingsplan 'Oosterbeek veegbestemmingsplan 2012'

1.4 Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. Op de verbeelding zijn de onderscheiden bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. De verbeelding en de regels vormen samen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan.

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit vijf hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de beschrijving van het plangebied en de historie. Hierin wordt de ruimtelijke karakteristiek van het plangebied besproken. Tevens wordt ingegaan op de manier waarop het beheer van het plangebied is voorzien en de planologische afwegingen die hieraan ten grondslag liggen, waar in hoofdstuk 5 tevens op in wordt ingegaan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. In hoofdstuk 4 komt de haalbaarheid van het plan aan de orde. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten, waaronder milieu en archeologie, wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom het (beheergedeelte van) voorliggend bestemmingplan kan worden uitgevoerd. In hoofdstuk 5 is de wijze van bestemmen aangegeven. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Verder wordt er beschreven hoe de verbeelding en de regels zijn opgebouwd en welke bestemmingen er in het plan voorkomen. Ook wordt in dit hoofdstuk aangegeven hoe de regels moeten worden geïnterpreteerd en uitgelegd. In dit hoofdstuk worden ook alle bestemmingen uitgelegd en wat daar in hoofdlijnen is toegestaan. In het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 6, van dit bestemmingsplan wordt ingegaan op de procedures, die voorliggend bestemmingsplan doorloopt.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Inleiding

Voorliggend plan heeft een beheergericht karakter. In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe dit beheer er voor de diverse functies uitziet en wat de reden voor dit beheer is. Hiertoe wordt in paragraaf 2.2 de ruimtelijke structuur beschreven en in paragraaf 2.3 aangegeven welke functies zich binnen het plangebied bevinden. Hier wordt ook kort ingegaan op de gekozen bestemming voor deze functies en de planologische gedachte achter de bestemmingssystematiek.

2.2 Historie

Oosterbeek, gelegen op de stuwwalrand aan de Veluwezoom, telt circa 11.000 inwoners en is de grootste kern van de gemeente Renkum. De Utrechtseweg deelt Oosterbeek in een noordelijk en zuidelijk gedeelte, respectievelijk het boven- en benedendorp. De ontstaansgeschiedenis van Oosterbeek begint aan de huidige Benedendorpsweg, waar omstreeks de 10e eeuw een kerkje werd gebouwd. De Utrechtseweg was rond 1570 een landweg naar Arnhem.

Omstreeks 1600 werd de weg steeds meer in gebruik genomen. Veel later, rond 1820, werd het straatbeeld aan de Utrechtseweg bepaald door herenhuizen, landhuizen en villa's. Begin 1900 veranderde de weg in een winkelstraat. Hiermee begon de Utrechtseweg de Benedendorpsweg te overvleugelen als centrum van Oosterbeek.

Het ontstaan van Oosterbeek moet waarschijnlijk worden gezocht langs de huidige Benedendorpsweg, ongeveer ter plaatse van het oude N.H. kerkje. Aan het begin van de 19e eeuw bestond de bebouwing uit een drietal buurtschappen: het Benedendorp, de Dreijen, en Klingelbeek. Vanuit deze verspreide bebouwingsconcentraties groeide Oosterbeek aaneen tot één nederzetting.

In de 19e eeuw kwam de zuidelijke Veluwezoom in trek als woongebied: de zogenaamde 'lustwarande'. Deze bewoning gold in het bijzonder voor de welgestelden die zomerverblijven (villa's) lieten bouwen en buitenplaatsen stichtten. Voor de eeuwwisseling bereikte het door de parkachtige inrichting van landgoederen bepaalde beeld van Oosterbeek zijn hoogtepunt. De Utrechtseweg vormde vanaf dat moment de ontwikkelingsas van het dorp met zijn voorzieningen en meest voorname villabouw. De aanleg van deze weg bewerkstelligde een ontwikkeling van het dorp in noordelijke richting.

Veel van de buitenplaatsen die in de 19e eeuw waren ontstaan zijn later voor woningbouw-doeleinden verkaveld. Door de groeiende bevolking begint deze verkaveling aan het eind van de 19e eeuw goed op gang te komen. Daarnaast verrezen schoolgebouwen, winkels, een postkantoor en andere voorzieningen. In het begin van de 20e eeuw was Oosterbeek 'ontdekt'. Aan het begin van die eeuw was de structuur, waarbinnen het dorp zich verder zou ontwikkelen, in hoofdlijnen bepaald. De bebouwing onderging langzaam maar zeker een verdichting door het verkavelen van de buitenplaatsen en de ruime villaterreinen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0017.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0018.png"

1830   1890  

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stond Oosterbeek nog steeds bekend als een welvarend dorp. De 'Slag om Arnhem' in 1944 bracht grote verwoestingen met zich mee, die vooral het Benedendorp troffen. Direct na de oorlog vonden enkele grenscorrecties plaats en al snel werd er een zogenaamd Wederopbouwbureau gevestigd. Er werd een Wederopbouwplan bedacht waarin Oosterbeek een modeldorp moest worden. Dit riep veel weerstand op en mede daardoor is dit plan nooit vastgesteld. Wel zijn er enkele stukjes van uitgevoerd. Na een korte tussenperiode kwam in 1952 het 'Plan van uitbreiding voor het dorp Oosterbeek' tot stand.

In de loop van de tijd heeft de Utrechtseweg meer en meer de functie van centrumstraat gekregen, overigens ten koste van de Weverstraat. Over de Utrechtseweg lopen nog steeds de verbindingen voor het interlokale openbaar vervoer. De ligging aan een weg met veel passanten vormde immers een aantrekkelijke vestigingsplaats. In toenemende mate vestigden zich daar winkels en later ook kantoren. Vooral langs het centrale deel van de Utrechtseweg zijn daardoor veel oorspronkelijke villa's verdwenen en vervangen door modernere winkel / kantoorpanden al dan niet met bovenwoningen. Deze nieuwe invullingen betekenden een wijziging en, in een aantal gevallen, een aantasting van het oorspronkelijke karakter. Een ingrijpende ontwikkeling heeft plaatsgevonden aan de noordzijde van de Utrechtseweg met de realisering van het Raadhuisplein en de omringende bebouwing op het voormalige landgoed 'De Dennenkamp'.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0019.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0020.png"

1930   1977  

2.3 Ruimtelijke structuur

2.3.1 Bebouwingsstructuur

Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016' ligt ten zuiden van de Utrechtseweg. De oostelijke grens wordt gevormd door de gemeente Arnhem, de zuidelijke grens door de Benedendorpsweg en de in het westen door de bossen langs het terrein Jan Pieter Heije, Van Borsselenweg en de Westerbouwing. Het plangebied bestaat uit de zuidelijke helft van Oosterbeek met daarin het centrumgebied, rond de Weverstraat.

Centrumgebied

Het centrumgebied (grens Beukenlaan in oosten, Emmastraat, Fangmanweg, De Dam en Van Eeghenstraat in het zuiden en J.J. Talsmalaan in het westen), zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Centrum 2015' herbergt veel winkels en aan de randen daarvan woningen. De bebouwing in dat gebied kenmerkt zich door een mengeling van organisch en deels planmatig ontwikkelde woningbouw. Het grootste gedeelte van het plangebied is organisch gegroeid. Hierdoor is er geen duidelijke structuur in het centrum van het dorp aanwezig. Er staat voornamelijk laagbouw, bestaande uit enkele en dubbele woningen, alsmede een enkel hoogbouwcomplex. De bebouwing langs de Utrechtseweg en Plein 1946 bestaat veelal uit panden met winkels op de begane grond en (gestapelde) woningen op de begane grond. Langs de Weverstraat staan kleinere / lagere winkelpanden met daarboven een woning. Hoogbouw (in de vorm van een woongebouw) komt beperkt voor zoals op de hoek van de Weverstraat / Cornelis Koningstraat, de Pietersbergseweg en de Paasbergflat aan het Overzicht. Kenmerkend is dat de bebouwing zelden een grote wand vormt, uitgezonderd aan Plein 1946.Tussen de diverse gebouwen zijn vaak vele doorkijkjes en open ruimtes. Bijzondere details zijn de hoogteverschillen en de groene uitstraling (met name in het Zweiersdal). Het is duidelijk te merken dat in het gebied een groot hoogteverschil aanwezig is, waarbij de Utrechtseweg het hoogste deel betreft en het zuiden (nabij de Dam) het laagste. Daarbij is het hoogteverschil in het Zweiersdal op diverse plaatsen nog goed zichtbaar. In het plangebied liggen verder nog enkele kleine bedrijfjes en kerken.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0021.jpg"

bebouwing hoek Cornelis Koningstraat / Weverstraat   Van Toulon van der Koogweg / Weverstraat (Plein 1946)  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0022.png"

Het oostelijk deel van het centrum (naar het westen bekeken), met rechts de Utrechtseweg, in het midden de Jacobaweg en links de Ireneweg.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0023.jpg"

De Tafelberg (Pietersbergseweg)   Utrechtseweg 218  

Oosten plangebied

In het oosten van het plangebied (vanaf de Van Toulon van der Koogweg tot aan de Spoorlijn Arnhem - Nijmegen richting het oosten) staan voornamelijk woningen. Dit deel van het dorp wordt gekenmerkt door vele vrijstaande woningen en dubbele woningen, deels organisch gegroeid (zoals langs de Jhr. Nedermeijer van Rosenthalweg en de Benedendorpsweg) en deels planmatig ontwikkelde woningbouw. Ook hier is geen duidelijke structuur aanwezig. Op enkele plaatsen komen ook rijenwoningen voor, zoals aan de Kerkeland, Nieuwland, Margrietlaan, Christinastraat, Jhr. Nedermeijer van Rosenthalweg, Wijnand van Arnhemweg, Patersweerd, Ossenweerd, Laakweg, Stenenkruis en Woudstralaan. Langs de Goudenregenlaan en Nieuwland liggen enkele lage seniorenwoningen. Op een enkele plek komt hoogbouw voor zoals aan in het gebied aan de Margrietstraat, Christinastraat, Mauritsstraat en Nieuwland (circa vier bouwlagen) en het gebied aan de Schellardweg en Van Wassenaarweg (circa 7 bouwlagen). Het grootste gedeelte van dit plandeel bestaat echter uit laagbouw. Ten oosten van de spoorlijn Arnhem - Nijmegen zijn enkele woningen (laagbouw) gelegen langs de Klingelbeekseweg. Verder liggen hier voornamelijk bedrijven en groen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0024.png"

Oosterlijk plandeel (naar het zuiden bekeken), met name hoogbouw en enkele seniorenwoningen in gebied Margrietstraat - Nieuwland, op de voorgrond Emmastraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0025.png"

De Hes-west (naar het westen bekeken), met bovenin de spoorlijn Arnhem - Nijmegen, links de Klingebeekseweg en onderaan de grens met Arnhem (en de Slijpbeek).

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0026.png"

Kerkeland (naar het noorden bekeken), links de Van Toulon van der Koogweg, rechts de Jhr. Nedermeijer van Rosenthalweg en onderaan de Benedendorpsweg.

Westen plangebied

In het westen van het plangebied (ten westen van het centrum en de wegen J.J. Talsmalaan, Hazenakker - Bildersweg) ligt relatief weinig bebouwing. De woningbouw beperkt zich hoofdzakelijk tot de Benedendorpsweg, Kneppelhoutweg en Dennenkamp in het zuiden en de Utrechtseweg, Van Lennepweg, Van Borsselenweg en Wolterbeekweg in het noorden. Hier liggen allemaal lage woningen bestaande uit voornamelijk vrijstaande woningen met een enkele dubbele woning. De woningbouw in het zuiden is organisch gegroeid. Tussen beide gebieden in ligt een groot park/bosgebied (met enkele agrarische percelen) bestaande uit park Hartenstein, de Hemelse Berg en Laag Oorsprong, met daarin de Gielenbeek en de Oorsprongbeek.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0027.png"

Benedendorpsweg met links de Van Borsselenweg -Veerweg (naar het noorden bekeken), rechts de waterzuivering en het voormalige GAWAR-terrein.

Zuiden plangebied

In het zuiden van het plangebied (ten zuiden van het Centrum van Oosterbeek en ten westen van de Van Toulon van der Koogweg en ten oosten van de Hazenakker - Bildersweg) kenmerkt het gebied zich met name door organische gegroeide bebouwing. Dit met name langs de Weverstraat en de Geelkerkenkamp. In dit plangebied is relatief weinig bebouwing. Er is hier nagenoeg alleen laagbouw bestaande uit vrijstaande en dubbele woningen. Een uitzondering hierop is de hoogbouw aan de Fanmangweg aan het park Bato's wijk. Het gebied kenmerkt zich door het aflopende terrein en het dal van de Zuiderbeek met aan het eind de oude kerk aan de Benedendorpsweg. In dit gebied bevindt zich een grote agrarische enclave aan de Geelkerkenkamp en het park Bato's wijk ten noorden daarvan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0028.png"

Benedendorpsweg met oude kerk aan de Benedendorpsweg (naar het zuiden bekeken), links de Dr. Brevéestraat en Concertzaal en rechts de Ploegseweg.

2.3.2 Groenstructuur

In het plangebied is geen duidelijke groenstructuur aanwezig. In het bebouwde gebied bestaat het groen met name uit particulier bezit (in de tuinen). Er is weinig openbaar groen (grote groene stroken langs de wegen). Wel zijn in het plangebied vele grotere groene gebieden (zoals parken) aanwezig, zij het dat deze niet aanwezig zijn in het oosten. In het oosten ligt wel een grote agrarische enclave tussen de Utrechtseweg, spoorlijn Arnhem - Nijmegen en de Prins Bernhardweg. Hier is het hoogteverschil goed te zien. Ook is er nog een groot (particulier) groen gebied gelegen op het terrein bekend als De Hes-west (ten oosten van de spoorlijn Arnhem - Nijmegen).

Het grote groen in Oosterbeek betreft onder andere Bato'swijk met de ten zuiden daarvan gelegen agrarische percelen aan de Geelkerkenkamp. Ook het Zweiersdal (tussen de Weverstraat, Molenberg en de Fangmanweg) is zeer duidelijk aanwezig. Dit gebied is mede door het hoogteverschil bijzonder. Het groen van het Zweiersdal loopt nog verder door naar het zuiden via en langs de Zuiderbeek. Tussen de bebouwing aan de Keppelhoutweg en de Hazenakker - Bildersweg liggen enkele agrarische percelen waardoor dit gebied een open uitstraling heeft. Het westelijk plangebied betreft een overgang tussen park en bos met agrarische percelen en beken. Dit groene gebied, met een historie van landgoederen, loopt als het ware vanuit het dorp naar het buitengebied (of andersom). Het gaat hier dan om gebied van park Hartenstein, de Hemelse Berg en Laag Oorsprong, met daarin de Gielenbeek en de Oorsprongbeek. Ten westen van de Van Borsselenweg kan niet meer gesproken worden van een park, maar slechts van bos.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0029.png"

Het Zweiersdal (naar het oosten bekeken), met op de voorgrond de Weverstraat en daarachter de Fangmanweg.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0030.jpg"

Zweiersdal (naar het noorden gekeken vanaf de Dam)   Zweiersdal (naar het oosten gekeken vanaf de Weverstraat richting de Molenberg)  

2.3.3 Verkeersstructuur

De Utrechtseweg is een belangrijke ruimtelijke drager van Oosterbeek als geheel. De weg maakt deel uit van het centrum van het dorp met verschillende functies. De uitstraling ervan sluit hierop aan: veel statige panden, de zichtbare functiemenging en drukte. Belangrijke knooppunten bevinden zich ook op de Utrechtseweg. In het plangebied betreft het de aansluitingen op de Julianaweg, Weverstraat / Van Toulon van der Koogweg (Plein 1946), Pietersbergseweg, Van Borsselenweg. Het verschil tussen de functie als winkelstraat (verblijfsgebied) en hoofdroute (verkeersader) levert in het centrum soms conflicten op. De vormgeving van de weg is in het centrumgebied, binnen het project 'Utrechtseweg, duurzaam veilig' aangepast met de nadruk op het verblijfskarakter.

De belangrijkste verkeersontsluiting is daarnaast de oost-westverbinding van de Benedendorpsweg (in het zuiden) en de Jhr. Neder Meijer van Rosenthalweg. In mindere mate gaat het om de Benedendorpsweg - Klingelbeekseweg. Het plangebied kent verder voornamelijk noord-zuidverbinding met een minder groot verkeersbelang dan de oost-westverbindingen, zoals de Van Borsselenweg, Pietersbergseweg, Weverstraat, Van Toulon van der Koogweg en de Julianastraat-Rosandeweg.

Vrijwel geheel Oosterbeek-Zuid is, op de hoofdverbindingen na, ingericht als 30-km-gebied. In het centrum van Oosterbeek zijn daarnaast diverse (relatief) smalle straten aanwezig, zoals de Weverstraat, Annastraat en het Lucassenpad. Verder zijn er tussen de Utrechtseweg en de Cornelis Koningstraat diverse kleine (wandel)paadjes aanwezig.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0031.png"

Utrechtseweg (naar het zuiden bekeken), met links de kruising met de Weverstraat/Van Toulon van der Koogweg.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0032.jpg"

Utrechtseweg (naar het westen gekeken)   doorgang naar het 'Koningsdal'  

2.4 Functionele structuur

2.4.1 Wonen

De woonfunctie is de belangrijkste functie in de kern. De woningvoorraad in het plangebied bestaat veelal uit vrijstaande woningen, dubbele woningen, woningen boven de winkels (in het centrum) en enkele gestapelde woningen. Met name in het oosten en (zuid)westen van het plangebied liggen de woongebieden. In het midden liggen de centrumfuncties met daarboven woningen. Enkele woningen worden ook deels voor andere functies gebruikt en zijn dan ook als zodanig bestemd met een aanduiding.

Het bestemmingsplan is erop gericht de bestaande woningen te behouden. Wijziging van de woonfunctie in een andere functie is daarom niet toegestaan. Als gevolg van het beheergerichte karakter van het bestemmingsplan wordt evenmin voorzien in toevoeging van nieuwe, niet eerder bestemde, woningen. Wel mogen bestaande woningen worden uitgebreid of veranderd binnen stedenbouwkundig aanvaardbare grenzen. De bestaande (bouw)rechten uit de vorige bestemmingsplannen zijn gerespecteerd maar wel (deels) aangepast aan de gemeentelijke standaardregeling en aan de feitelijke situatie.

Binnen het plangebied is onderscheid gemaakt in de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin', waarbij de bestemming 'Wonen' meer toestaat op het gebied van bebouwing en de bestemming 'Tuin' meestal is toegekend aan de voortuinen van de woningen of tuinen die zich profileren als voortuin. De bestemming 'Wonen' wordt toegekend aan het deel van de tuin wat hoofdzakelijk aan de achterkant van de voorgevel van de woning ligt. In deze bestemming zijn aanbouwen en bijgebouwen toegestaan van één bouwlaag. De grens tussen beide bestemmingen wordt, afhankelijk van de situatie ter plaatse, net als in de in 2012, 2013 en 2014 vastgestelde bestemmingsplannen voor de andere woonkernen in onze gemeente veelal, op 2 meter achter de (voor)gevel of 1 meter achter de (voor)gevel gelegd. In sommige gevallen ligt de grens in het verlengde van de (voor)gevel. Dit alles sluit aan bij het vergunningvrij bouwen. Volgens de wet, het Besluit omgevingsrecht, mag op het daarin genoemde 'achtererf' vergunningvrij gebouwd worden. Dit 'achtererf' begint op 1 meter achter de voorgevel. De vorige bestemmingsplannen in de gemeente, zoals 'Oosterbeek-Zuid 2006', gingen vaak nog uit van een grens tussen het voorerf en achtererf van circa 5 meter achter de voorgevel. Dat is door het vergunningvrij bouwen volledig achterhaald. Een bepaling in een bestemmingsplan kan namelijk het vergunningvrij bouwen niet uitsluiten bij woonbestemmingen, zoals 'Wonen' en 'Tuin' of voorheen 'Achtererf' en 'Voorerf'. Met andere woorden: als iets vergunningvrij gebouwd kan worden dan kan een bestemmingsplan wel de niet bebouwbare bestemming 'Tuin' aan de gronden hebben gegeven, er kan toch vergunningvrij gebouwd worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0033.jpg"

Weverstraat   Weltevreden  

Aan-huis-verbonden beroepen

Bij de woonfunctie is er bewust voor gekozen om zogenaamde 'aan-huis-verbonden beroepen' mogelijk te maken. Dit komt tegemoet aan de wens van vele mensen om op kleine schaal een beroep-aan-huis voor zichzelf te beginnen. Dergelijke aan-huis-verbonden beroepen zijn niet milieuhinderlijk voor de omgeving. Het enige effect is een bezoeker die naar de bouwkundig adviseur gaat (of de notaris, de pedicure, de huisarts). Dit extra verkeer valt weg tegen het overige verkeer dat een woonwijk of -buurt kent. Belangrijk is wel dat het ondergeschikt is aan de woonfunctie. Een woning is in de eerste plaats een woning. Het is daarom van belang dat het kleinschalig is en blijft. Dit houdt in dat de bewoner van de woning de beroepsuitoefenaar is. De mogelijkheid voor aan huis verbonden beroepen zorgt ook voor wat levendigheid in de wijk en het straatbeeld, en dat is gewenst. Grootse reclameborden of neonreclame en andere opvallende uitingen ten behoeve van het beroep dat wordt uitgeoefend zijn uiteraard niet toegestaan.

Bij de woonfunctie is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om een aan-huis-verbonden bedrijf toe te kunnen staan.

Zorg en wonen

Er is een duidelijke trend aanwezig om zorgbehoevenden in een gewone woonomgeving te laten wonen. De hulpvraag kan voortkomen vanuit fysieke, psychische en/of sociale achtergrond. Hoe de zorgbehoefte hierbij binnen de woning ingevuld wordt kan divers zijn. Soms is de hulp tijdelijk noodzakelijk en soms permanent, soms intensief en soms extensief. Dit valt allemaal onder mantelzorg en onder de bestemming 'Wonen'. Mantelzorg kan ook verleend worden in een bijgebouw bij de woning. Omdat niet in een bijgebouw gewoond mag worden is een afwijking opgenomen om tijdelijk mantelzorgwonen in een bijgebouw toe te staan (inmiddels is een deel hiervan vergunningvrij geworden). De zorgbehoevende of de zorgverlener kan dan, op het perceel waar behoefte is aan mantelzorg, tijdelijk in het bijgebouw bij de woning wonen zolang de behoefte aan mantelzorg bestaat. Omdat soms discussie kan ontstaan of vormen van begeleid / groepswonen en dergelijke nu wel of niet onder de reguliere woonfunctie vallen is een definitie van 'zorgwoning' opgenomen en is een afwijking opgenomen om zorgwonen toe te kunnen staan in een woning. Ook is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om een zorgwoning, kamerbewoning, bed & breakfast en een zogenaamde twee- of driegeneratiewoning toe te kunnen staan.

2.4.2 Maatschappelijke voorzieningen

In het plangebied zijn enkele terreinen waar een maatschappelijke functie is gevestigd dan wel planologisch is toegestaan. Het gaat daarbij om onder andere de kerken aan de Jacobaweg/Wilhelminastraat, de Van Toulon van de Koogweg, de Benedendorpsweg, de begraafplaats aan de Fangmanweg, de scholen/BSO's aan de Paasberg, Jagerspad en Mariënbergweg / Van Spaenweg, het uitvaartcentrum aan de Utrechtseweg, het terrein Jan Pieter Heije aan de Utrechtseweg, het Airbornemuseum en verzorgingshuizen en woonservice (flatgebouwen).

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0034.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0035.jpg"  
Airborne museum   basisschool de Mariënborn  

Deze maatschappelijk gebruikte terreinen hebben allen een maatschappelijke bestemming gekregen, te weten Maatschappelijk, Maatschappelijk - Zorginstelling, Maatschappelijk - Zorginstelling 1 of Maatschappelijk - Zorginstelling 2. Omdat de verscheidenheid aan maatschappelijke voorzieningen groot is en behoud van de voorzieningen gewenst is, zijn de gebruiksmogelijkheden vaak ruim geformuleerd. Wel zijn per (deel)bestemming, zoals hiervoor genoemd, andere maatschappelijke functies toegestaan. De bestaande (bouw)rechten uit de vorige bestemmingsplannen zijn gerespecteerd maar wel (deels) aangepast aan de gemeentelijke standaardregeling en aan de feitelijke situatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0036.jpg"

kerk Wilhelminastraat/Jacobaweg   kerk Van Toulon van der Koogweg  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0037.jpg"

uitvaartcentrum aan de Utrechtseweg   begraafplaats Fangmanweg  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0038.png"

Terrein Jan Pieter Heije (naar het zuiden bekeken), met in het midden de hoofdlaan, rechtsonder de oude villa Utrechtseweg 316 en rechtsboven de nieuwbouw van de school De Vlinder.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0039.png"

Airborne museum (naar het zuiden bekeken).

2.4.3 Centrumfuncties

In het centrum van Oosterbeek, gelegen aan de Utrechtseweg en de Weverstraat / Plein 1946, liggen diverse panden met centrumfuncties, zoals winkels, horeca, dienstverlening. Deze panden hebben een centrumfunctie gekregen, waarin de verschillende functies zijn toegestaan. Net als in de voorheen geldende bestemmingsplannen en het gemeentelijk beleid hebben deze panden een ruime bestemming waarin de hiervoor genoemde functies zijn toegestaan. Op de verdieping van de panden zijn ook woningen toegestaan. Op enkele plaatsen is ook wonen op de begane grond toegestaan, conform de bestaande en planologische situatie. De bestemming 'Gemengd' is toegekend omdat daar slechts enkele van de genoemde functies toegestaan zijn. De bestaande (bouw)rechten uit de vorige bestemmingsplannen zijn in hoofdlijnen gerespecteerd maar wel vertaald naar de huidige standaardregels (en inzichten) van de gemeente. Ook zijn de (bouw)rechten soms iets aangepast naar aanleiding van de feitelijke situatie. Omdat in de bestemmingsplannen voor de andere kernen in de gemeente ook verschillende centrumbestemmingen zijn gebruikt, met andere toegevoegde nummers, bevat het voorliggende bestemmingsplan de centrumbestemming, 'Centrum - 1'.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0040.png"

Utrechtseweg (naar het zuiden bekeken), met rechts de Pietersbergseweg.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0041.png"

Naar het oosten bekeken; links de Utrechtseweg en bovenin de Weverstraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0042.jpg"

winkels Utrechtseweg   centrumfuncties Utrechtseweg / Pietersbergseweg  

Naast de centrumfuncties hebben nog drie panden, buiten het centrum, een gemengde bestemming. Deze hebben drie verschillende bestemmingen van 'Gemengd' gekregen. De drie locaties zijn Utrechtseweg 62, de Westerbouwing en de Concertzaal. Afhankelijk van de bestemming is hier bijvoorbeeld wonen en kantoor toegestaan of maatschappelijke voorzieningen en (beperkte) horeca en dergelijke.

2.4.4 Bedrijf

In het plangebied bevinden zich meerdere nutsvoorzieningen. Alleen de nutsvoorzieningen die niet vergunningvrij zijn op te richten zijn specifiek bestemd. Nutsvoorzieningen vallen onder de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening'.

Ook zijn, vaak tussen woonpercelen in, enkele bedrijven gevestigd. Deze bedrijven hebben de bestemming 'Bedrijf' gekregen met, in sommige gevallen, een specifieke aanduiding voor het betreffende bedrijf indien en voor zover deze bedrijven niet passen binnen de milieucategorie 1 of 2. Ter plaatse van De Hes-west zijn alleen bedrijven in de milieucategorie 1 toegestaan.

2.4.5 Sport

Aan het Lucassenpad bevindt zich een zwembad. Hier is een zwembad en aanverwante activiteiten toegestaan. Langs de J.J. Talsmalaan ligt het sportpark Hartenstein. Hier zijn algemene sportactiviteiten toegestaan. De bestaande (bouw)rechten uit de vorige bestemmingsplannen zijn in grote lijnen gerespecteerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0043.png"

Sportpark Hartenstein (naar oosten bekeken).

2.4.6 Horeca

In het plangebied liggen vele horecabedrijven. De meesten hiervan hebben echter een ruime bestemming, namelijk 'Centrum' of 'Gemengd'. Hier is dan naast de horecabestemming ook bijvoorbeeld detailhandel of een maatschappelijke functie toegestaan. Alleen het horecabedrijf aan de Utrechtseweg 266 heeft een zelfstandige horecabestemming gekregen.

2.4.7 Kantoor

In het plangebied liggen enkele kantoren. Veelal zijn deze toegestaan en gelegen in de ruime centrumbestemming. Op enkele plaatsen hebben deze een zelfstandige kantoorbestemming gekregen. Op het terrein De Hes-west in het oosten van het plangebied zijn kantoren met een specifieke functie gelegen en toegestaan. Hebben daarom ook de specifieke bestemming 'Kantoor - 1' gekregen. Hier zijn met name kennisintensieve kantoren toegestaan.

2.4.8 Verkeer

De bestaande wegenstructuur is in het bestemmingsplan vastgelegd. Ten aanzien van de inrichting van wegen, pleinen, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden met bijbehorende bermen, snippergroen en uitritten biedt het bestemmingsplan een grote mate aan flexibiliteit. Wegen zijn inclusief genoemde bijbehorende voorzieningen globaal als 'Verkeer' bestemd. Dit is gedaan om aan de praktijk van alledag tegemoet te komen. De inrichting van de openbare ruimte wil namelijk nog wel eens veranderen. De loop van een wandelpad, de aanpassing van een bocht in een weg en het verleggen van een groenstrook zal binnen de plantermijn op meerdere locaties kunnen voorkomen. Dit plan voorziet in de mogelijkheid voor die aanpassingen. De grens van deze bestemming is zoveel mogelijk gelijk gelegd aan de kadastrale grenzen.

Enkele grote (historisch belangrijke) onverharde bospaden in het westen van het plangebied hebben de bestemming 'Verkeer - Onverhard' gekregen. Voor deze wegen en paden is het in principe niet de bedoeling dat deze verhard worden.

De spoorlijn Arnhem - Nijmegen met bermen heeft de bestemming 'Verkeer - Spoorverkeer' gekregen. De gronden zijn bestemd voor het spoorverkeer, maar ook voor wegen en paden met bijbehorende bruggen en groenvoorzieningen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0044.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0045.jpg"  
onverharde grote bospaden (lanen)   Jhr. Nedermeijer van Rosenthalweg (bij aansluiting Benedendorpsweg, richting het noorden)  

2.4.9 Groen - Park - Bos

Binnen de bebouwde kom bevinden zich groengebieden, voornamelijk in de vorm van parken, bermen en grasland met soms enkele bomen en enkele bossen rondom woningen. Deze groengebieden staan vaak ten dienste aan de omliggende woon- en verkeersfuncties. De grens van deze bestemming is zoveel mogelijk gelijk gelegd aan de kadastrale grenzen.

De grotere groene gebieden langs wegen of groene speelterreinen hebben de bestemming 'Groen' gekregen. Vaak gaat het hier om bosachtige groenvoorzieningen of grotere grasvelden. Gebouwen zijn in deze groengebieden niet gewenst. Kleinere groenstroken langs wegen hebben meestal de bestemming 'Verkeer' gekregen. Grotere en specialere groene gebieden hebben de iets meer groen beschermende bestemming 'Groen - Park' gekregen. Het gaat hierbij vaak om parken, zoals Bato'swijk en Hartenstein. Het groen in het Zweiersdal heeft een speciale groenbestemming gekregen, te weten 'Groen - Dalzone'. Hier is naast het groen ook het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden en de morfologie van belang. Een deel van het dal heeft ook een bescherming ten behoeve van het behoud en herstel van de openheid gekregen. Dan zijn er ook groene gebieden met een landschappelijke waarde die de bestemming ' Groen - Landschap' hebben gekregen. Deze gebieden zijn meestal net niet aan te merken als agrarisch of bos maar ook niet als groen-park (want ze hebben een grotere natuurwaarde). Vaak kenmerken ze zich door een combinatie van openheid (grasland) met bomen / bos. Deze gebieden liggen onder andere op enkele plekken langs de Gielenbeek, ten zuiden van Tuin de Lage Oorsprong en in de hoek van de Sandersweg / Pietersbergseweg. Het groen op het terrein van Jan Pieter Heije heeft de bestemming 'Groen - Maatschappelijk' gekregen omdat hier naast het gebruik als groen ook maatschappelijk gebruik is toegestaan.

Buiten de bebouwde kom (in het westen) liggen grotere bosgebied. Hier loopt het stadspark over in voormalige landgoederen (zoals de Oorsprong en Hemelse Berg) en bossen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0046.jpg"

Het Zweiersdal (gekeken naar het noorden vanaf De Dam)

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0047.png"

Bato'swijk en Geelkerkenkamp (naar het noorden bekeken).

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0048.png"

Park Hartenstein (naar het noorden bekeken), in het noorden de Utrechtseweg en rechtsonder sportpark Hartenstein.

2.4.10 Water

In het plangebied liggen vier beken, van west naar oost gaat het om de Oorsprongbeek, de Gielenbeek, de Zuiderbeek en de Slijpbeek. Al deze beken ontstaan uit een bron. Allen de bron van de Slijpbeek ligt niet in het plangebied. Deze beken (met bijbehorende vijvers) hebben allen een specifieke waterbestemming gekregen waarbij de bescherming van de waterkwaliteit belangrijk is, namelijk 'Water - Hoogste Ecologische Niveau (HEN-wateren)' of 'Water - Specifieke Ecologische Doelstelling (SED-wateren)'. Al deze beken zijn kenmerkend voor het plangebied, mede door de zichtbaarheid en de morfologie die is ontstaan door die beken. In het zuiden van het plangebied ligt nog een sloot (op de overgang/grens tussen de stuwwal en de uiterwaarden. Deze sloot heeft geen specifieke ecologische doelstelling.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0049.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0050.jpg"  
noordelijke vijvers van de Oorsprongbeek   de Oorsprongbeek  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0051.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0052.jpg"  
de Oorsprongbeek   de Oorsprongbeek  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0053.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0054.jpg"  
zuidelijke vijver van de Gielenbeek   zuidelijke vijver van de Zuiderbeek  

2.4.11 Agrarisch

In de kern van Oosterbeek liggen enkele agrarische percelen (zoals Geelkerkenkamp, Langs de Hazenakker en Benedendorpsweg -Stenenkruis), maar ook aan de westelijke en oostelijke rand van het dorp. In het zuiden, langs de Benedendorpsweg, op de overgang naar de uiterwaarden liggen ook enkele agrarische percelen. Enkele van die percelen worden intensief agrarisch gebruikt, maar velen worden voornamelijk gebruikt als grasland, voor het hobbymatig houden van dieren of als volkstuin.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0055.png"

Agrarische enclave nabij Hazenakker (naar het zuiden bekeken), in het midden de Pietersbergseweg en daarboven Hazenakker en links de Weverstraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0056.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0057.jpg"  
Boerderij aan de van Borsselenweg 39 (richting het oosten)   (richting het westen)  

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0058.jpg"   afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0059.jpg"  
Agrarisch gebied Geelkerkenkamp   Agrarische percelen in uiterwaarden bij oude kerk Benedendorpsweg  

Hoofdstuk 3 Beleid

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een weergave van het relevante beleid op rijks-, provinciaal -, regionaal en gemeentelijk niveau gegeven. Aangegeven wordt hoe het plan zich verhoudt tot de diverse beleidskaders.

3.2 Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig gebleken omdat de verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit gedateerd zijn door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. Op 13 maart 2012 is de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte' (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau.

De visie is vernieuwend in die zin dat ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur sterker dan voorheen met elkaar verbonden worden. De structuurvisie vervangt daarvoor de 'Nota Ruimte', de 'Structuurvisie Randstad 2040', de 'Nota Mobiliteit', de 'MobiliteitsAanpak', de 'Structuurvisie voor de Snelwegomgeving' en de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB 'Tweede structuurschema Militaire terreinen' , de 'Agenda Landschap', de 'Agenda Vitaal Platteland' en 'Pieken in de Delta'. De 'Structuurvisie Nationaal Waterplan' blijft in zijn huidige vorm als uitwerking van de SVIR bestaan.

In de structuurvisie schetst het rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn).

De centrale visie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028), namelijk “concurrerend, bereikbaar en leefbaar & veilig”. Voor de drie rijksdoelen zijn de onderwerpen van nationaal belang benoemd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. De drie hoofddoelstellingen en 13 nationale belangen zijn:

  • 1. Concurrerend = Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economisch structuur van Nederland. Hiervoor zijn de volgende nationale belangen benoemd:
  • Nationaal belang 1: een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren;
  • Nationaal belang 2: Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie;
  • Nationaal belang 3: Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen;
  • Nationaal belang 4: Efficiënt gebruik van de ondergrond;
  • 2. Bereikbaar = Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. Hiervoor zijn de volgende nationale belangen benoemd:
  • Nationaal belang 5: Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor- en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen;
  • Nationaal belang 6: Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor- en vaarweg;
  • Nationaal belang 7: Het in stand houden van de hoofdnetwerken van weg, spoor- en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen;
  • 3. Leefbaar & veilig = Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn:
  • Nationaal belang 8: Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's;
  • Nationaal belang 9: Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her) ontwikkeling;
  • Nationaal belang 10: Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten;
  • Nationaal belang 11: Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten;
  • Nationaal belang 12: Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten;

De rijksverantwoordelijkheid voor het systeem van goede ruimtelijke ordening is zonder hoofddoelstelling, als afzonderlijk belang opgenomen:

  • Nationaal belang 13: Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.

Naast de drie hoofddoelen wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor wordt een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Dat betekent: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en multimodale bereikbaarheid.

Conclusie

In de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte' zijn nationale belangen opgenomen die zorgen voor een gegarandeerde basiskwaliteit voor alle bewoners van Nederland. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is van beperkte betekenis voor onderhavig bestemmingsplan. Het bestemmingsplan heeft geen nationaal belang. Bovendien is het bestemmingsplan beheergericht van aard.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte).

De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen.

Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening in werking getreden. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (de artikelen worden later aan het Barro toegevoegd) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Voor één onderwerp geregeld in dit besluit, voorziet het besluit niet in de (definitieve) begrenzing. Dit betreft de EHS. Ten aanzien van deze begrenzing is bepaald dat de provincies die grenzen (nader) bepalen.

Een deel van het Barro is gebaseerd is op eerdere pkb's en beleidsnota's die in de SVIR worden herbevestigd. Deze onderdelen kunnen na vaststelling van de structuurvisie de procedure volgen en vervolgens in werking treden.

Het betreft de volgende onderdelen:

  • Project Mainportontwikkeling Rotterdam;
  • Kustfundament;
  • Grote rivieren;
  • Waddenzee en waddengebied;
  • Defensie, en
  • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Conclusie

Dit bestemmingsplan is een op het beheer gericht plan en past binnen het Barro. Met het plan zijn namelijk geen nationale belangen gemoeid.

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking

Besluit ruimtelijke ordening

Op 1 oktober is het 'Besluit van 28 augustus 2012, houdende wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in verband met de toevoeging van enkele onderwerpen van nationaal ruimtelijk belang' (Stb. 2012, nr. 388) in werking getreden. Door dit wijzigingsbesluit is ook het Bro aangepast. In artikel 3.1.6 is het tweede lid toegevoegd. Dit lid heeft betrekking op de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze ladder stelt eisen aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwing die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De wettelijke regeling gaat vergezeld van een handreiking die andere overheden ondersteunt bij de praktische toepassing van de juridische verplichting.

Artikel 1.1.1, lid 1 onder i Bro definieert een 'stedelijke ontwikkeling' als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Artikel 3.1.6 tweede lid Bro:

De ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning of de toelichting bij een bestemmingsplan die/dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte;
  • b. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en;
  • c. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.

Regionale Woonagenda

Op 17 februari 2014 heeft het college van burgemeester en wethouders van Renkum ingestemd met de regionale Woonagenda. Ook andere gemeenten in de stadsregio hebben hiermee ingestemd. In juni 2015 hebben Gedeputeerde Staten van Gelderland ingestemd met de regionale Woonagenda.

In de Woonagenda staat onder andere dat:

  • afstemming over woningbouwprogramma's binnen de stadregio in drie subregio's plaats vindt;
  • bij de programma's gebruik wordt gemaakt van een 'stoplichtmodel'.

In de Woonagenda hebben de gemeenten van de stadsregio dus afgesproken dat zij de gemeentelijke woningbouwprogramma's onderling en met de provincie afstemmen op subregio-niveau met behulp van het 'stoplichtmodel'. Doel is om tot een meer flexibele vorm van planning te komen die ruimte biedt om in te spelen op bijvoorbeeld veranderingen in de markt, bijstellingen van prognoses en vrijkomen van potentiële woningbouwlocaties (transformatie). Voor de gemeente Renkum betekent dat afspraken maken in de subregio Arnhem en omgeving (bestaande uit de gemeenten Rheden, Rozendaal, Lingewaard, Overbetuwe, Arnhem en Renkum). Het 'stoplichtmodel' maakt onderscheid in plannen waar gemeenten en provincie het over eens zijn dat het goede plannen zijn (groen), plannen waar nog aan gesleuteld wordt of die op langere termijn spelen (oranje) en plannen die uit de markt genomen moeten worden (rood).

Ten behoeve van de Woonagenda heeft het bureau ABF-research een woningmarktverkenning uitgevoerd met behulp van het Socratesmodel. Het Socratesmodel modelleert de afstemming tussen de vraag en aanbod op de woningmarkt nauwkeurig, rekening houdend met de belangrijkste elementen van vraag en aanbod, zoals demografie, woonvoorkeuren, verhuisstromen, kwaliteit van de bestaande voorraad en nieuwbouw. De uitkomsten van deze woningmarktverkenning zijn ook gebruikt als basis voor de gemeentelijke Nota Wonen 2014. Doordat gemeenten, Stadsregio (Arnhem-Nijmegen) en provincie uitgaan van dezelfde woningmarktverkenning is er een goede gezamenlijke basis voor afstemming van de gemeentelijke woningbouwprogramma's.

Alle gemeenten hebben hun woningbouwprogramma getoetst aan de uitkomsten van Socrates. Plannen die in lijn zijn met de behoefteraming van Socrates zijn op groen gezet. Daarnaast is er voor de gemeenten de mogelijkheid om vanwege andere argumenten plannen op de groene lijst te zetten (bijvoorbeeld financiële of ruimtelijke argumenten).

De Stadsregio heeft de woningbehoefte en de woningbouwprogramma's (de groene plannen) van de gemeenten in de subregio Arnhem en omgeving met elkaar vergeleken. Het model Socrates voorspelt voor de subregio Arnhem en omgeving een toename van circa 8500 huishoudens in de periode 1.1.2014 tot 1.1.2020. De gemeenten hebben in totaal 6403 woningen in de planning. Het is vooral Arnhem waar de voorraad aan goede woningbouwplannen laag is. Bij de omliggende gemeenten, waaronder Renkum zijn prognoses en woningbouwprogramma goed in balans. Tot 2020 zijn voor Renkum 393 woningen opgenomen in de subregionale planning. De stadsregio trekt ook de conclusie (voor zover mogelijk in de huidige onzekere woningmarkt) dat het voorgestelde programma voor wat betreft woningbouwsegmenten, prijsklassen en woonmilieus past bij de Socrates prognose.

Na 2020 blijft het aantal huishoudens in de subregio naar verwachting groeien, maar het groeitempo neemt wel af. Ook in de periode 2020 tot 2030 blijft er dus ruimte om op beperkte schaal woningen toe te voegen.

Stoplichtmodel

Doel van het stoplichtmodel is dat de lijst van groene projecten de basis is voor toetsing van plannen door de provincie. De door gemeenten gezamenlijk voorgestelde lijst wordt door de provincie in één samenhangend proces getoetst aan de provinciale kwantitatieve en kwalitatieve richtlijnen en aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De onderliggende eigen gemeentelijke lijsten worden vervolgens bestuurlijk vastgesteld door elke gemeente.

Basis voor het stoplichtmodel zijn de planningslijsten die jaarlijks bij de provincie worden ingediend. Deze lijsten worden nu ook al door elke gemeente bestuurlijk geaccordeerd. Het stoplichtmodel wordt gekoppeld aan deze lijst. Door jaarlijks subregionaal af te stemmen over de planningslijsten met behulp van het stoplichtmodel wordt de lijst jaarlijks geactualiseerd op basis van actuele analyses of prognoses. Het ligt voor de hand om af te spreken welke prognoses gezamenlijk gebruikt worden om discussie over de uitgangspunten te voorkomen.

Op 16 oktober 2014 hebben de wethouders 'wonen' van de subregiogemeenten afspraken gemaakt over de lijst met woningbouwplannen in het 'stoplichtmodel'. Op 2 december 2014 heeft college van burgemeester en wethouders van Renkum ingestemd met die afspraken (en dus met de lijst met woningbouwplannen in het stoplichtmodel).

Hieronder worden de drie gemaakte afspraken weergegeven met per afspraak een korte toelichting.

Afspraak 1:

Gemeenten stemmen in met het subregionale woningbouwprogramma. Instemming van gemeenten is onder voorbehoud van vaststelling van elke gemeentelijk deel van de lijst in het eigen college van B en W en toetsing van de provincie aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

In het subregionale programma is het woningbouwprogramma van de gemeente Renkum onverkort opgenomen. In de lijsten van andere gemeenten staan geen projecten die nadelige invloed hebben voor Renkum. Met deze afspraak wijken we (de Stadsregio en de betrokken gemeenten) van het 50/50 beleid af en programmeren we conform de eigen behoefte van de subregio.

De lijst met projecten voldoet met deze afspraak aan de eerste trede van de ladder voor duurzame verstedelijking: elk plan moet voldoen aan de regionale woningbehoefte. In het stoplichtmodel is dit de lijst met 'groene' plannen.

Afspraak 2:

Gemeenten actualiseren jaarlijks hun woningbouwprogrammering in subregionaal verband op basis van het stoplichtmodel, gekoppeld aan het proces van de provinciale planningslijst. Basis voor de afstemming is de meest actuele PRIMOS prognose (is een landelijke prognose voor ontwikkeling van bevolking en huishoudens, die jaarlijks geactualiseerd wordt). Daarnaast kunnen gemeenten in onderling overleg andere analyses benutten. De gemeente Arnhem roept gemeenten in het eerste kwartaal van het jaar bijeen om elkaar te informeren over aanpassing van de woningbouwplannen en de afstemming daarover.

Strekking van deze afspraak is dat Arnhem en de omliggende gemeenten samen blijven afstemmen over hun woningbouwprogramma's, los van het wel of niet voortbestaan van de stadsregio. Het is een vrijwillige afspraak, niet verplicht op basis van wet- of regelgeving. Afstemmen in (sub)regionale verband is van belang voor onderbouwing van woningbouwplannen richting de provincie omdat de ladder voor duurzame verstedelijking aangeeft dat plannen moeten passen binnen de regionale woningbouwbehoefte.

Afspraak 3:

Gemeenten kunnen tussentijds plannen in procedure brengen die nog niet in het bijgevoegd woningbouwprogramma op groen staan. Indien het totaal van deze plannen de omvang van de groene plannen voor de betreffende gemeente met meer dan 10% overschrijdt stelt de gemeente de andere subregiogemeenten daarvan op de hoogte. Deze plannen worden separaat voorgelegd aan de provincie in het kader van de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Deze afspraak maakt het makkelijker om tussentijds (niet tijdens de jaarlijkse actualisatie van de woningbouwlijsten) nieuwe plannen in ontwikkeling te nemen, zonder dat daarvoor subregionaal overleg noodzakelijk is.

Groene projecten in het stoplichtenmodel

Een groen project is een project dat een gemeente op korte termijn wil realiseren en dat draagvlak heeft bij de gemeenten in de subregio en de provincie. Dat kan gaan om een (planologisch) harde en zachte plannen. Het project moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Een project dat een programma heeft dat de gemeente graag wil realiseren, of waarvoor de gemeente de ruimte wil geven (zonder dat ze er grip op hebben).
  • Het programma is besproken met de gemeenten in de subregio en sluit aan op de subregionale behoefte, zowel kwantitatief als kwalitatief (segment en woonmilieu)
  • De locatie past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking:
    • 1. omdat het bestemmingsplan is vastgesteld;
    • 2. of omdat de locatie besproken is met de provincie (en akkoord bevonden is).
  • Start bouw binnen een termijn van 5 jaar (op dit moment voor 01-01-2020) is realistisch.

Conclusie

Voorliggend bestemmingsplan is beheergericht van aard. Er is geen sprake van ontwikkelingsmogelijkheden waarbij de Ladder aan de orde is. Daarmee maakt het voorliggend bestemmingsplan geen (nieuwe) stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening mogelijk.

3.3 Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Provinciale Staten hebben in hun vergaderingen van 9 juli 2014 en 24 september 2014 respectievelijk de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening vastgesteld. Beiden zijn op 17 oktober 2014 in werking getreden. Later zijn beide plannen nog opnieuw en partieel gewijzigd vastgesteld, waarvan de laatste in november 2015. nog enkele nieuwe versies De Omgevingsvisie Gelderland vervangt enkele structuurvisies. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is.

De visie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar wil ook een doorkijk bieden aan Gelderland op een langere termijn. Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat alleen een gezamenlijke inzet succesvol kan zijn. In de omgevingsvisie zijn de opgaven voor Gelderland daarom in nauwe samenwerking met partners uitgedacht. Daarbij kijken de provincie en partners vanuit een integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomstbestendige keuzes gemaakt worden. De provincie heeft in de Omgevingsvisie twee doelen gedefinieerd. Het zijn doelen die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken.

  • 1. Een duurzame economische structuurversterking. Een gezonde economie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om sterke steden en een vitaal landelijk gebied met voldoende werkgelegenheid. Het streven is om de concurrentiekracht van Gelderland te vergroten door het duurzaam versterken van de ruimtelijk-economische structuur. De komende jaren zullen minder in het teken staan van denken in termen van 'groei' en meer in termen van 'beheer en ontwikkeling van het bestaande'.
  • 2. Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Dit doel betekent vooral:
    • a. ontwikkelen met kwaliteit, recht doen aan de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de plek; uitgaan van doelen, niet van regels,
    • b. zorg dragen voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap,
    • c. een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem voor alle gebruiksfuncties; bij droogte, hitte en waterovervloed,
    • d. een gezonde en veilige leefomgeving.

Om deze doelen in beleid te vertalen, hanteert de provincie drie aandachtsgebieden: Dynamisch, Mooi en Divers Gelderland. Ontwikkelingen in Gelderland wil de provincie benaderen vanuit elk van deze drie perspectieven, die elkaar aanvullen:

  • 1. Dynamisch: de (ruimtelijk-economische) ontwikkelingen en de geleiding daarvan op provinciaal niveau.
  • 2. Mooi: de Gelderse kwaliteiten die bescherming nodig hebben en ruimte voor behoud door ontwikkeling.
  • 3. Divers: het herkennen van de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten.

De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is.

De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Gelderse Ladder voor duurzame verstedelijking

Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied:

  • Past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja:
  • Hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied?

Als juridische basis gebruikt de provincie de Ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de Rijksladder aan de hand van drie stappen de locatiekeuze te motiveren. Deze Rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.

Conclusie

Dit bestemmingsplan is beheergericht en past binnen het provinciaal beleid.

3.3.2 Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019 (KWP3)

Gedeputeerde Staten van Gelderland heeft op 12 januari 2010 het nieuwe 'Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019' (KWP3) vastgesteld. De provincie, de woningcorporaties, de gemeenten en de regio's in Gelderland hebben met elkaar afspraken gemaakt over de woningvoorraad voor de komende tien jaar. De partijen willen ervoor zorgen dat het woningaanbod in iedere regio van Gelderland ook in de toekomst goed aansluit bij de behoefte van de inwoners. In het programma zijn de afspraken vastgelegd. Deze afspraken zijn tot stand gekomen door een goede en intensieve samenwerking met de regio's, de gemeenten en de woningcorporaties.

Om het woningaanbod zo goed mogelijk af te stemmen op de vraag is in het KWP3 rekening gehouden met de ontwikkelingen in de bevolkingsopbouw en in de woningmarkt. In de praktijk betekent dit dat voornamelijk goedkopere woningen moeten worden gebouwd, bij voorkeur op binnenstedelijke locaties. Bouwen op grote nieuwbouwlocaties buiten de stad of het dorp (zoals Vinexlocaties) is steeds minder nodig. In het Kwalitatief Woonprogramma gaat het nadrukkelijk niet alleen om de aantallen te bouwen woningen. Er is bij de inwoners een grote behoefte aan goedkopere woningen. Daarom zijn ook afspraken gemaakt over de aantallen betaalbare woningen. Er wordt bovendien rekening gehouden met een steeds groter wordende groep ouderen die het liefst zelfstandig wil blijven wonen. Verder zijn afspraken over de verhouding koop-huur. Voor het eerst zijn in het KWP3 afspraken gemaakt over de aantallen te bouwen woningen voor de komende drie jaar.

Dit heeft te maken met de grote problemen waar de bouw op dit moment mee kampt. De provincie biedt de gemeenten ondersteuning in het maken van die keuzes, om met het oog op morgen te kunnen blijven bouwen. In deze tijd van recessie moeten gemeenten immers keuzes maken en prioriteiten stellen. Het is een onmogelijke opgave om alle bouwplannen uit te kunnen voeren.

De gemeente Renkum valt onder de regio Arnhem-Nijmegen. Woningbouwplannen dienen zich te conformeren aan het opgestelde afsprakenkader. De provincie, de gemeenten en de woningcorporaties hebben de afspraak gemaakt dat in de periode 2010 - 2019 in de regio 36.600 woningen netto worden toegevoegd.

In de op 17 oktober 2014 in werking getreden Omgevingsverordening is in artikel 2.1.1 sub 17 en artikel 2.2.1.1 verwezen naar het Kwalitatief Woonprogramma. Daarmee heeft het Kwalitatief Woonprogramma zijn werking behouden.

Conclusie

Dit bestemmingsplan is beheergericht van aard en is daarom niet in strijd met het Kwalitatief Woonprogramma 2010-2019.

3.4 Regionaal beleid

3.4.1 Regionaal Plan 2005-2020 Stadsregio Arnhem Nijmegen

De Stadsregio Arnhem Nijmegen legt in dit plan de gemeenschappelijke beleidsambities vast voor de ontwikkeling van de regio. De Stadsregio zet met dit plan in op het verbeteren van de bestaande kwaliteiten in stad en land boven nieuw ruimtebeslag. Er worden vier doelstellingen onderscheiden:

  • versterken van het economisch vestigingsklimaat;
  • verbetering van de bereikbaarheid;
  • vergroten van de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van het landelijk gebied voor de natuur en voor de recreatie;
  • verbeteren van de kwaliteit van het wonen in stad, dorp en landelijk gebied, waarbij de relatie met landschap, bereikbaarheid en voorzieningen kwaliteitsfactoren zijn.

De Stadsregio zet met dit plan in op het verbeteren van de bestaande kwaliteiten in stad en land boven nieuw ruimtebeslag.

Doelstelling van de regiovisie voor wonen is het voor iedere (toekomstige) inwoner van de stadsregio een juiste woning beschikbaar hebben met betrekking tot prijs, eigendomssituatie, aard & type en locatie. Voor de periode 2010 - 2015 is vooralsnog een opgave van circa 15.500 woningen opgenomen. Binnen de 'Contour woningbouw' bepalen de gemeenten zelf de te ontwikkelen locaties en de aantallen nieuw te bouwen woningen. De programmering van de woningbouw dient plaats te vinden met in achtneming van de in de per gemeenten vastgestelde kwalitatieve afspraken en inspanningsverplichtingen in de Concessies Wonen.

Groene Akkoord

Vanuit de Stadsregio is een akkoord gesloten tussen gemeenten, woningbouwcorporaties en diverse bouwende partijen ten behoeve van het duurzaam bouwen. Het Groene Akkoord is de vervanger van het oude KAN-DuboConvenant uit 2000. In het akkoord is afgesproken dat de partijen (gemeenten, corporaties, bouwende partijen) op hoofdlijnen gaan sturen en de komende twee jaar één gezamenlijke taal gaan hanteren voor duurzaam bouwen en renoveren, te weten GPR Gebouw en GPR Stedenbouw. Duurzaam bouwen houdt in dat op zodanige wijze wordt gebouwd en het beheren van gebouwen en gebouwde omgeving dat de schade aan het milieu in alle fasen, schaalniveaus en sectoren van het bouwproces zoveel mogelijk beperkt wordt. De fasen van het bouwproces omvatten de levensloop: van ontwerp tot en met sloop van het gebouwde. Het voorliggende bestemmingsplan sluit aan bij de randvoorwaarden zoals gesteld in het Groene Akkoord.

Conclusie

Het bestemmingsplan is beheergericht van aard en past binnen het regionaal beleid van het Regionaal Plan 2005-2020. De gemeente Renkum zorgt gemeentebreed voor het behalen van bovengenoemde normen. Daarnaast wordt aangesloten op de eisen die volgen uit het Groene Akkoord.

3.5 Gemeentelijk beleid

3.5.1 Nota Wonen 2014

In de 'Nota Wonen 2014' verwoordt de gemeente Renkum haar doelen en ambities op gebied van wonen. De 'Nota Wonen 2014' is een actualisatie van de 'Woonvisie 2010-2014'. Voordat het beleid is opgesteld is er een analyse van de woningmarkt in de gemeente Renkum uitgevoerd. Daarvoor zijn verschillende onderzoeken gebruikt, zoals 'WoOn 2012', 'evaluatie Woonvisie 2010-2014' en de 'Ruimtelijke Visie Renkum (ver)bindt 2025 '.

Voor de hoofdlijnen van de 'Nota Wonen 2014' zijn de vijf politieke pijlers uit de vorige Woonvisie aangehouden. De volgende thema’s zijn uitgewerkt:

  • kwaliteitsscenario en herstructurering bestaande woonvoorraad;
  • evenwichtige bevolkingsopbouw;
  • duurzaam en levensloopgeschikt;
  • wonen met zorg;
  • regie van de gemeente.

Thema 1: Kwaliteitsscenario en herstructurering bestaande voorraad

Tot 2019 neemt het aantal huishoudens nog licht toe en daarna daalt het aantal licht. De gemeente wil op deze ontwikkeling zo goed mogelijk inspelen. In de Nota Wonen 2014 wordt voornamelijk de aandacht gericht op de woonkwaliteit in de dorpen, wat ook ten goede moet komen aan de vitaliteit in de dorpen. Vanuit deze visie wil de gemeente inzetten op:

  • herstructurering bestaande woningvoorraad;
  • behoud van voldoende sociale huurwoningen;
  • woningaanpassingen ten behoeve van senioren, chronisch zieken en mensen met een beperking;
  • aandacht voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

Thema 2: Evenwichtige bevolkingsopbouw

Voor vitaliteit in de dorpen vindt de gemeente de aanwezigheid van verschillende leeftijdsgroepen en generaties in de dorpen van belang. Sturing op een evenwichtige bevolkingssamenstelling is slechts beperkt mogelijk. De gemeente wil echter de mogelijkheden die zij heeft volop benutten. Hierbij werkt ze de volgende beleidsambities uit:

  • prioriteit voor het verbreden van het aanbod voor (jonge) huishoudens en huishoudens met middeninkomen;
  • zorgvuldig benutten nieuwbouwmogelijkheden;
  • erken de samenhang tussen steden en ommeland (kans).

Thema 3: Duurzaam en levensloopgeschikt

De gemeente hecht veel waarde aan een duurzame ontwikkeling van de gebouwde omgeving en een goede toekomstkwaliteit van het woningaanbod. Woningen moeten enerzijds passend zijn voor hun eigen levensloop (duurzaam), anderzijds geschikt zijn voor veranderingen in de levensloop van mensen (aanpasbaar). Bij deze toekomstkwaliteit besteedt de gemeente aan drie aspecten in het bijzonder aandacht:

  • duurzaam bouwen en duurzame gebiedsontwikkeling;
  • aanpasbaar en levensloopgeschikt woningaanbod;
  • stimuleren duurzaamheid en toekomstkwaliteit in bestaande bouw en bij nieuwbouw.

Thema 4: Wonen met zorg

De gemeente wil mensen met een zorgvraag mogelijkheden bieden om zo lang mogelijk in de eigen sociale omgeving te blijven wonen. Ook de kabinetsplannen dragen hieraan bij en zorgen ervoor dat mensen langer thuis moeten blijven wonen. Deze mensen zullen steeds vaker een beroep op de gemeente doen. De gemeente wil voor wonen en zorg de volgende stappen zetten:

  • uitwerken flexibel woningaanbod binnen de zorgsector;
  • herijking van de rol en positie van woonzorgcentra binnen het gebiedsgericht werken;
  • wonen en zorg: versterken van burgerkracht bij wonen.

Thema 5: Regie van de gemeente

De sturingsmogelijkheden van de gemeente zijn beperkt. Samenwerking vormt daarom de spil van de uitvoering van de Nota Wonen 2014. De gemeente gaat actief de samenwerking aan met woonpartners en inwoners. Op een aantal gebieden neemt de gemeente heel bewust de regierol. Zoals bij de opgave voor het zorgvastgoed. De gemeente heeft ook een stimulerende rol op het gebied van wonen. Deze rol zal in de toekomst toenemen en heeft bijvoorbeeld te maken met het uitlokken van kansrijke initiatieven en het aftasten van mogelijkheden om meer beweging in de woningmarkt te krijgen.

Het uitgangspunt van de gemeente Renkum is dat woningbouwprojecten passen binnen de 'Nota Wonen 2014'. Er zijn geen grote nieuwbouwlocaties. Datgene dat nieuw wordt gebouwd moet binnen de bestaande contouren van de bebouwing passen.

Conclusie

Het bestemmingsplan is beheergericht van aard. Er zijn geen mogelijkheden voor nieuwbouw van woningen opgenomen en het plan is daarom niet in strijd met de Woonvisie.

3.5.2 Ruimtelijke Visie 2025

Op 22 september 2011 heeft het College van Burgemeester en wethouders de 'Ruimtelijke Visie Renkum (ver)bindt 2025' vastgesteld. De visie geeft inzicht in de ontwikkelingen op het gehele grondgebied van de gemeente (fysiek-ruimtelijk) in de komende 15 jaar. Ten behoeve van onderhavig plangebied zijn in de visie geen concrete ontwikkelingen aangegeven. Wel geldt een aantal algemene aspecten zoals het verhogen van de kwaliteit van dorpsentrees en toegangswegen, het vergroten van de toegankelijkheid van het bosgebied en het streven naar een sterkere visuele relatie met het buitengebied.


Conclusie

Het bestemmingsplan is een beheergericht plan en is niet in strijd met de uitgangspunten uit de Ruimtelijke Visie. In voorliggend plan zijn geen nieuwe mogelijkheden voor nieuwbouw opgenomen.

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid

4.1 Inleiding

In het kader van het bestemmingsplan dient de uitvoerbaarheid van het plan te worden aangetoond ten aanzien van verschillende sectorale aspecten, zoals bodem, lucht, geluid, water en archeologie en cultuurhistorie.

Onderhavig bestemmingsplan is beheergericht van aard en er worden derhalve geen nieuwe grote ontwikkelingen toegestaan. In de vigerende bestemmingsplannen, zoals genoemd in paragraaf 1.3, is in het verleden reeds geconcludeerd dat de ontwikkelingen mogelijk waren en geen milieu- en omgevingsaspecten belemmerden.

4.2 Bodem

In het kader van een bestemmingsplanprocedure moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Gezien het feit dat onderhavig bestemmingsplan geen nieuwe milieuhindergevoelige functies toestaat en enkel de bestaande situatie vastlegt, is er geen verkennend bodem- en grondwateronderzoek uitgevoerd.

Bij eventuele bebouwingsuitbreidingen, welke binnen de beheerkaders van dit bestemmingsplan mogelijk zijn, wordt via de bouwverordening in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen zorggedragen voor een goede bodemkwaliteit.

Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig bestemmingsplan.

4.3 Lucht

Op 15 november 2007 is de 'Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen)' in werking getreden. Vanaf dat moment zijn in de 'Wet milieubeheer' luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Hierin zijn het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' opgenomen. Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet langer te worden getoetst aan de grenswaarden. In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'.

Aangezien het bestemmingsplan consoliderend van aard is en er in principe geen nieuwe woonbebouwing of andere bebouwing mag worden gebouwd, kan worden gesteld dat het milieuaspect 'lucht' geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.4 Geluid

De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door inrichtingen, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat in principe de geluidsbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB), dan wel een nader bepaalde waarde (hogere grenswaarde). Aangezien het bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige functies toelaat, is geen akoestisch onderzoek verricht.

In het geval van bestaande situaties waar geen nieuwe functies zijn voorzien, wordt de geluidsbelasting met betrekking tot de wettelijke normen voor binnenniveaus geregeld via het Bouwbesluit. Indien derhalve een bestaande woning of een ander geluidsgevoelig object een uitbreiding wenst te realiseren, dan wordt via de omgevingsvergunning voor het bouwen in een aanvaardbaar binnenniveau van het geluid voorzien.

Aangezien het bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige functies toelaat vormt het milieuaspect 'geluid' geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.5 Milieuzonering

Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies - zoals woningen - mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Daarnaast is het van belang dat door realisering van onderhavig plan geen hinder wordt veroorzaakt voor de omgeving en ook voor de bedrijfsgang van bestaande omliggende bedrijven.

In onderhavig plangebied is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen of nieuwe functies. Het plan is beheergericht van aard. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen dient uiteraard rekening te worden gehouden met de gevestigde bedrijvigheid en milieuhindergevoelige functies.

Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan de eisen die vanuit het aspect bedrijvigheid worden gesteld.

4.6 Externe veiligheid

Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, lpg-tankstation) en de mobiele (vervoer gevaarlijke stoffen) bronnen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen groepsrisico en plaatsgebonden risico. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0060.jpg"

Fragment Risicokaart Nederland

Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is een hogedruk aardgastransportleiding gelegen (N-568-14) (langs de Van Borsselenweg in het westen van het plangebied). In het kader van de bestemmingsplanprocedure zijn de externe veiligheidsrisico's ten gevolge van deze buisleidingen inzichtelijk gemaakt1. Het rapport is als bijlage Onderzoek externe veiligheid (buisleidingen) bij dit bestemmingsplan opgenomen. De belangrijkste onderzoeksresultaten zijn in deze paragraaf weergegeven.

Binnen Oosterbeek-Zuid is sprake van een plaatsgebonden risicocontour (10-6). Het gebied ligt deels binnen het invloedsgebied van de buisleiding en N-568-14 van Gasunie. Omdat het invloedsgebied het onderzoeksgebied deels overlapt, is de hoogte van het groepsrisico inzichtelijk gemaakt.

Voor het bestemmingsplan Oosterbeek-Zuid 2016 is het groepsrisico berekend. Hieruit blijkt dat er ter plaatse van het plangebied Oosterbeek-Zuid geen sprake is van een groepsrisico. De vaststelling van het bestemmingsplan Oosterbeek-Zuid 2016 leidt niet tot een toename van het groepsrisico. Daarnaast worden de mogelijkheden voor de brandweer om de gevolgen van een ongeval te bestrijden door de planvaststelling niet beïnvloed. De in het plan vastgelegde kleinschaligheid van de bebouwing borgt ten slotte dat het groepsrisico niet (ongebreideld) toe kan nemen.

Geconcludeerd wordt dat het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geen belemmering vormt in het kader van het bestemmingsplan Oosterbeek-Zuid 2016.

4.7 Water

In het kader van het 'Nationaal Bestuursakkoord Water' moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond, middels een hydrologisch onderzoek, dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit is vastgelegd in het procesinstrument 'de Watertoets'.

Dit bestemmingsplan is beheergericht van aard waardoor de waterhuishouding niet negatief zal worden beïnvloed.

4.7.1 Provinciaal beleid

Op 9 juli 2014 is Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld. De omgevingsvisie vervangt de huidige omgevingsplannen zoals de Structuurvisie, het Gelders Milieuplan en het Waterplan Gelderland 2010-2015.

In de omgevingsvisie wordt onder meer de ambitie en de rol van de provincie voor het aspect water aangegeven. De provincie stuurt op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. Een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem helpt mee aan een optimale en duurzame driedimensionale inrichting van Gelderland.

Een systeem is veerkrachtig als het onder normale omstandigheden alle functies goed kan uitvoeren, (tijdelijke) over- en onderbelasting goed op kan vangen zonder dat maatschappelijke overlast of ecologische schade optreedt en hiervan snel kan herstellen zonder blijvende negatieve effecten. Een systeem is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Om de veerkracht van het water- en bodemsysteem te vergroten is het belangrijk om meer ruimte te maken voor beken, te zorgen voor stedelijk waterbeheer en voor goed bodembeheer. Dat betekent bijvoorbeeld dat de bodem zodanig wordt beheerd en gebruikt dat de bodem meer water kan opnemen in perioden van regen en dus ook weer water kan afgeven in perioden van droogte. Zowel bewoonde gebieden, natuurgebieden als landbouwgronden zullen hieraan een bijdrage moeten leveren.

Daarnaast is het van belang om ervoor te zorgen dat het water- en bodemsysteem duurzaam is en ook in de toekomst kan blijven functioneren tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie streeft naar een duurzaam gebruik van de ondergrond. Zij zoekt naar een balans tussen het benutten van de kansen die de ondergrond biedt en het behouden van de waarde van de ondergrond voor toekomstige generaties. Doel is te komen tot een integrale, efficiënte en duurzame benutting zonder onomkeerbare gevolgen voor de ondergrond. Dit betekent dat de provincie moet afwegen wat op een bepaalde plek in de ondergrond of bovengronds wel of niet mag.

In de bij de Visie horende Omgevingsverordening zijn regels opgenomen met betrekking tot het aspect water. Het gaat onder meer om de onderwerpen Grond- en drinkwater (artikel 2.6 en artikel 3.3) en vaarwegen (hoofdstuk 4). Het hele plangebied en ver daarbuiten is aangewezen als 'intrekgebied' (reserveringsgebied voor potentiële, toekomstige waterwinning). Een deel van het plangebied ligt daarnaast nog in het gebied dat is aangewezen als 'grondwaterbeschermingsgebied'. Aan de Benedendorpsweg ligt een gebied dat is aangewezen als 'waterwingebied'.

In artikel 2.6.1 Waterwingebied van de verordening is opgenomen dat in een waterwingebied geen bestemming mag worden opgenomen die negatieve effecten kan hebben op de kwaliteit van het grondwater.

In artikel 2.6.2 van de verordening is over 'grondwaterbeschermingsgebieden' opgenomen dat:

1. In een bestemmingsplan krijgen grondwaterbeschermingsgebieden een bestemming die hetzelfde of een lager risico voor het grondwater met zich meebrengt dan de vigerende bestemming;
2. In de toelichting bij bestemmingsplannen voor grondwaterbeschermingsgebieden wordt beschreven hoe een nieuwe bestemming zich verhoudt tot het bepaalde in het eerste lid.

Het bestemmingsplan is beheergericht en neemt de planologische rechten over van de voorheen geldende bestemmingsplannen. Hierdoor zijn de bestemmingen gelijk en hebben deze minimaal een gelijk risico voor het grondwater dan de huidige bestemmingen in het plangebied.

In artikel 2.6.3 van de verordening is opgenomen dat in een intrekgebied geen bestemming mag worden opgenomen die het mogelijk maakt fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, te winnen. Het bestemmingsplan maakt geen bestemmingen mogelijk die het winnen van fossiele energie toestaan.

Verder zijn de Oorsprongbeek en de Gielenbeek aangewezen als wateren van de Hoogst Ecologische Natuur (HEN) en de Zuiderbeek en de Slijpbeek als wateren met een Specifieke Ecologische Doelstelling (SED).

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0061.png"

Uitsnede kaart Omgevingsverordening; Water en milieu (arcering = intrekgebied, lichtblauw = grondwaterbeschermingsgebied)

4.7.2 Beleid waterschap

Per 1 januari 2013 zijn Waterschap Veluwe en Waterschap Vallei en Eem samen gegaan als Waterschap Vallei en Veluwe. Omdat dit waterschap nog geen eigen beleid heeft geformuleerd wordt, bij de toetsing van dit plan, getoetst aan het beleid van het voormalige Waterschap Vallei en Eem. Het plangebied lag binnen het werkveld van dit waterschap.

In het "Waterbeheersplan 2010 - 2015'' heeft Waterschap Vallei & Eem zijn ambities en uitvoeringsprogramma vastgelegd voor de periode 2010 tot en met 2015. Het plan bepaalt in grote lijnen de agenda van Waterschap Vallei & Eem voor deze periode. De plannen zijn gebundeld in de drie programma's Veilige dijken, Voldoende en schoon water en Zuivering afvalwater. Het programma Veilige dijken richt zich op de bescherming van het beheersgebied tegen overstroming en daardoor op veiligheid voor de bewoners en gebruikers van het gebied. Het programma Voldoende en schoon water gaat over de waterhuishouding. De inzameling, het transport en de behandeling van afvalwater noemen we de afvalwaterketen. Deze keten bestaat uit: rioolstelsels met huisaansluitingen, leidingen, putten, pompen, riooloverstorten, meet- en regeltechnieken; transportsystemen met gemalen en persleidingen; een rioolwaterzuiveringsinstallatie met een effluentlozing op oppervlaktewater.

Een belangrijk onderwerp in alle programma's is de klimaatverandering. Het Waterschap zal de ontwikkelingen op dit gebied de komende jaren intensief blijven volgen en maatregelen nemen om ook op de lange termijn het gebied te beschermen tegen hoog water, wateroverlast en droogte, en om de capaciteit van de zuiveringen op peil te houden. Het vaststellen van ruimtelijke plannen, vooral voor stedelijke ontwikkelingen, vraagt een pro-actieve rol van het waterschap. Door in de planontwikkelingsfase al om tafel te zitten met gemeenten, projectontwikkelaars en bouwpartijen is er voor het watersysteem veel te bereiken, zowel in nieuw stedelijk gebied als in bestaand stedelijk gebied. Daarnaast adviseert het waterschap gemeenten via de watertoets.

Aangezien het bestemmingsplan een beheergericht bestemmingsplan betreft heeft het plan geen nadelig effect op de waterbelangen van het waterschap.

4.7.3 Gemeentelijk beleid

De gemeente Renkum is voortvarend aan de slag gegaan met het afkoppelen van verhard oppervlak, één van de doelstellingen van het beleid van de hogere overheid. Sinds 2000 is in totaal ruim 50 hectare verhard oppervlak (wegen, parkeerplaatsen, daken) afgekoppeld van de riolering. Dit is ruim 20% van het totale aantal wegen in de gemeente. De gemeente voldoet hiermee ruimschoots aan de wettelijke verplichting om voor 2010 49 hectare verhard wegoppervlak af te koppelen van het riool.

Aangezien het bestemmingsplan een beheergericht bestemmingsplan betreft heeft het plan geen nadelig effect op de waterbelangen van de gemeente.

4.7.4 Situatie plangebied

Ten aanzien van het plangebied kan worden gesteld dat er met dit plan geen nieuwe planologische kaders worden geboden waarmee uitbreiding van bebouwing en derhalve uitbreiding van verhard oppervlak plaatsvindt. De bestaande (planologische) situatie wordt van een actueel juridisch-planologische regeling voorzien. Ter bescherming van de behoudenswaardige geohydrologische situatie is waar nodig de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermingszone niet-waterdoorlatende lagen en grondwaterstromen' opgenomen. Dit bestemmingsplan heeft geen (nadelige) invloed op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. Het waterwingebied aan de Benedendorpsweg heeft de dubbelbestemming 'milieuzone - waterwingebied' gekregen ter bescherming va het waterwingebied. De HEN-wateren / beken (de Oorsprongbeek & de Gielenbeek) en SED-wateren / beken (de Zuiderbeek en de Slijpbeek) hebben de beschermende bestemmingen HEN-water en SED-water gekregen.

Gesteld kan worden dat het plan voor wat betreft het aspect 'water' uitvoerbaar is.

4.8 Archeologie en cultuurhistorie

4.8.1 Archeologie

Bij een ruimtelijk plan moet, conform de 'Wet op de archeologische monumentenzorg', vooraf worden beoordeeld of er eventueel sprake is van archeologische waarden. Het bestemmingsplan is beheergericht van aard en er vinden geen nieuwe ontwikkelingen plaats.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0062.png"

Uitsnede Archeologische Beleidsadvieskaart gemeente Renkum, met globale aanduiding plangebied (rood)

Archeologie gaat over de verwachte cultuurhistorische waarde in de bodem. In 1992 is op Malta het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlands parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Monumentenwet 1988. Op basis van deze wet zijn mogelijke vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van waardevolle zaken. In het kader van de een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat waar nodig die waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Ook de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) uit 2007 is in dit kader van belang.

Op basis van de bovenstaande uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart heeft het plangebied deels een hoge, deels een middelhoge en deels een lage archeologische verwachtingswaarde.

Gebieden die in het kader van archeologie bescherming behoeven (te weten middelhoge en hoge verwachtingswaarden), zijn op de verbeelding door middel van een dubbelbestemming aangeduid. Het opnemen van de dubbelbestemmingen is voldoende voor het kunnen opstellen van het bestemmingsplan. In het kader van het opstellen van dit bestemmingsplan is geen archeologisch bodemonderzoek uitgevoerd, omdat met dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Bij het realiseren van een (bouw)plan dient vervolgens getoetst worden aan de dubbelbestemming en dient dan (indien nodig) archeologisch onderzoek verricht te worden.

Geconcludeerd wordt dat het plan voor wat betreft het aspect 'archeologie' uitvoerbaar is.

4.8.2 Cultuurhistorie

Om de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Een verantwoorde verankering van de cultuurhistorie in structuurvisie, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages is gewenst. Het voornaamste doel is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. De aandacht voor cultuurhistorie is ook wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 onder 2). De verantwoordelijkheid voor cultuurhistorische waarden ligt bij de gemeente.

Gezien het feit dat het bestemmingsplan beheergericht van aard is en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, wordt aangenomen dat er geen cultuurhistorische waarden worden aangetast. Bescherming van monumenten vindt plaats via de Monumentenwet 1988 en de provinciale/gemeentelijke monumentenverordening.

Vermeld kan worden dat enkele beeldbepalende panden (niet zijnde een monument) de aanduiding 'karakteristiek' hebben gekregen. Voor deze panden is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen om sloop van deze panden te voorkomen.

Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.9 Natuurwaarden

4.9.1 Algemeen

Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de haalbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving, met name de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Deze wetten vormen tevens de implementatie van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn op nationaal niveau. Er mogen geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, waarvan op voorhand duidelijk is dat deze op bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden of op streng beschermde planten of dieren.

4.9.2 Beschermde gebieden

Op 1 oktober 2005 is de gewijzigde 'Natuurbeschermingswet 1998' in werking getreden. Hiermee wordt de gebiedsbescherming uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet biedt een beschermingskader voor natuurwaarden (leefgebieden en soorten) in Natura 2000-gebieden en bepaalt dat projecten en andere handelingen in en nabij beschermde gebieden dienen te worden getoetst op (mogelijke) negatieve effecten op deze waarden.

Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Daarnaast is er in het voorliggend (beheergericht) bestemmingsplan geen sprake van ontwikkelingsmogelijkheden. Dit leidt ertoe dat er geen negatieve gevolgen optreden voor beschermde gebieden in het kader van de Natuurbeschermingswet.

4.9.3 Beschermde soorten

Voor beheergerichte (onderdelen van) bestemmingsplannen, met geen of slechts geringe ontwikkelingsmogelijkheden, kan in het algemeen gesteld worden dat de uitvoerbaarheid niet ter discussie zal staan. Zelfs indien beschermde soorten aanwezig zijn, zoals vogels en vleermuizen, mag worden aangenomen dat deze bij een voortzetting van het bestaande grondgebruik niet in hun voortbestaan zullen worden bedreigd.

Anders ligt het voor (onderdelen van) bestemmingsplannen die een wijziging van het grondgebruik inhouden of bijvoorbeeld het slopen dan wel oprichten van nieuwe bebouwing en/of infrastructuur. Hiervoor dient een toets flora en fauna te worden uitgevoerd.

Voorliggend bestemmingsplan is beheergericht van aard. Er is geen sprake van ontwikkelingsmogelijkheden waarbij beschermde soorten in het geding kunnen zijn. Er zijn derhalve naar verwachting geen belemmeringen vanuit de Flora- en faunawet aan de orde.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0063.png"

Natura 2000-gebied De Veluwe, met de rode lijn is globaal de grens van het plangebied aangegeven

4.9.4 Gelders NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszone

De ambitie van Gelderland is om zorgvuldig om te gaan met natuur en landschap op een haalbare en betaalbare wijze en de samenleving daar meer bij te betrekken. Met het natuur- en landschapsbeleid draagt Gelderland bij aan de realisatie van internationale doelstellingen. De basis van het Gelderse natuur- en landschapsbeleid vormen de afspraken die tussen de provincies en het Rijk gemaakt zijn en die men terug kan vinden in het Onderhandelingsakkoord Decentralisatie Natuur. Een variatie aan planten- en diersoorten is cruciaal voor een goede leefomgeving. Die variatie kan alleen behouden worden wanneer in heel Europa natuurgebieden aaneengesloten worden. Daarom werkt Gelderland aan een Gelders Natuurnetwerk: een stelsel van onderling verbonden natuurgebieden, dat in verbinding staat met natuurnetwerken buiten Gelderland. In het Gelders Natuurnetwerk (GNN) geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of ontwikkelingen waarvoor - overtuigend gemotiveerd - geen alternatieven bestaan. Voor dergelijke uitzonderingen gelden specifieke spelregels die garanderen dat het GNN in stand blijft. De Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO) is een gebied waar partners en partijen juist worden uitgenodigd om actief 'groene' doelen mee te helpen realiseren. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Daarbij maakt de provincie onderscheid tussen de mate waarin partijen worden gevraagd om een -extra- bijdrage te leveren aan dit gebied. Een uitbreiding van dagrecreatie of een bestaand landbouwbedrijf vraagt om een andere mate van compensatie dan het plaatsen van een nieuw recreatieverblijf in deze zone. Het ene initiatief heeft een andere impact op het gebied dan het andere. De provincie wil met haar beleid voor deze zone zo duidelijk mogelijke spelregels hanteren die recht doen aan de doelen in dit gebied. De provincie zoekt naar wat helpt om deze duidelijkheid maximaal te geven en nodigt gemeenten uit om hierover mee te denken. De juiste kaders moeten voldoende uitnodigend blijven voor 'goede' kwalitatieve ontwikkelingen.

Voorliggend bestemmingsplan is beheergericht van aard. Er is geen sprake van ontwikkelingsmogelijkheden waarbij de GNN of GO in het geding kunnen zijn. Een deel van het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan ligt in of in de nabijheid van de het GNN of de GO. De betreffende percelen hebben in het voorliggende bestemmingsplan (net als in de hiervoor geldende bestemmingsplannen) een passende bestemming gekregen. Er zijn derhalve naar verwachting geen belemmeringen vanuit de GNN en GO aan de orde.

afbeelding "i_NL.IMRO.0274.bp0178ob-on01_0064.png"

Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen), met de rode lijn is globaal de grens van het plangebied aangegeven.

4.10 Verkeer en parkeren

Dit bestemmingsplan is beheergericht van aard. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die van invloed zijn op het verkeer en parkeren in het plangebied. De bestaande infrastructuur wordt daarom in dit plan conform het huidige gebruik van de gronden bestemd. Er is gekozen voor een brede verkeersbestemming, waarin onder andere (spoor)wegen, fiets- en wandelpaden, parkeervelden, achterpaden bij woningen en kleine groenvoorzieningen zijn opgenomen. Enkele grotere (cultuurhistorische) onverharde bospaden hebben de bestemming 'Verkeer-Onverhard' gekregen.

Wat betreft verkeer en parkeren doen zich geen problemen voor die voorliggend plan onuitvoerbaar maken.

4.11 Kabels en leidingen

Dit bestemmingsplan is beheergericht van aard. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. In het plangebied liggen enkele belangrijke hoofdleidingen zoals: een hoofdrioolleiding (in het zuidwesten), een hoogspanningsleiding (in het oosten) en een hoofdgasleiding (in het westen, langs de Van Borsselenweg). deze leidingen hebben allemaal een passende en beschermende bestemming gekregen.

Geconcludeerd wordt dat het aspect 'kabels en leidingen' geen belemmering vormt ten aanzien van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.12 Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerp voor een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. In voorliggend bestemmingsplan wordt de bestaande situatie vastgelegd. Van bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Bro is dan ook geen sprake. De ontwikkeling van dit bestemmingsplan brengt hierdoor voor de gemeente alleen plankosten met zich mee. Eventuele toekomstige particuliere plannen komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht voldoende te zijn aangetoond.

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet

5.1 Algemeen

5.1.1 Wat is een bestemmingsplan?

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat:

  • 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en
  • 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang).

Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (voorheen: bouwvergunning) en regels voor het verrichten van 'werken' (voorheen: aanlegvergunning).

Een bestemmingsplan regelt derhalve:

  • het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen);

en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor:

  • het bebouwen van de gronden;
  • het verrichten van werken (aanleggen).

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Monumentenwet 1988, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. Een bestemmingsplan kan echter niet alles regelen. Via het Besluit omgevingsrecht is het bijvoorbeeld mogelijk om in bepaalde situaties vergunningvrij te bouwen ondanks dat het bestemmingsplan die bebouwing niet toestaat. In die gevallen gaat hetgeen bij wet vergunningvrij gebouwd kan worden voor op de bepalingen van het bestemmingsplan.

5.1.2 Verbeelding, regels en toelichting

Een bestemmingsplan moet worden opgezet volgens de eisen die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) daaraan stelt en de wettelijk voorgeschreven opzet en vormgeving van de 'RO standaarden 2012'.

Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, te weten een 'toelichting', de 'regels' en een 'verbeelding'. De verbeelding (voorheen bekend als 'plankaart') en de regels (voorheen bekend als 'voorschriften') vormen samen het juridische deel van het bestemmingsplan. Alleen deze twee zijn bindend voor de burger en de overheid. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemming met een bestemmingsvlak en soms via aanduidingen. De planregels van het bestemmingsplan bevatten de juridische verklaring, middels maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden, van de op de verbeelding weergegeven bestemmingen en aanduidingen.

Die toegekende gebruiks- en bouwmogelijkheden aan gronden kunnen, naast de rechtstreekse bestemming, op de verbeelding op twee manieren nader worden ingevuld:

  • 1. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkelbestemming' (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.
  • 2. Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.

De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van een bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan, alleen indien de regels en de verbeelding nog onduidelijkheden bevatten.

5.1.3 Hoofdstukopbouw van de regels

De regels zijn, zoals voorgeschreven in de 'RO standaarden 2012', verdeeld over 4 hoofdstukken:

  • 1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Zo moet onder 'bouwperceel' verstaan worden: 'een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten'. Het moet dus gaan om gronden met dezelfde bestemming die ook in eigendom zijn van dezelfde persoon, dan wel gronden die gehuurd worden door die persoon.

  • 2. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouw- en gebruiksregels en, eventueel, ook een regels voor het 'uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen.
    Ieder artikel van de hoofdbestemmingen kent, eveneens conform de 'RO standaarden 2012', een vaste opzet. Per hoofdbestemming is een bestemmingsregeling, opgenomen, voor zover van toepassing bestaande uit:
    a. bestemmingsomschrijving: waarvoor mogen de gebouwen en gronden gebruikt worden in die bestemming;
    b. bouwregels: een beschrijving van de toelaatbare bouwwerken;
    c. nadere eisen;
    d. afwijken van de bouwregels;
    e. specifieke gebruiksregels;
    f. afwijken van de gebruiksregels;
    g. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
    h. wijzigingsbevoegdheid.
    De situering van de toegelaten gebouwen is bepaald door bouwvlakken op de verbeelding en door de bepalingen (soms in combinatie met aanduidingen) in de planregels.
    Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld.

  • 3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens:
    • a. anti-dubbeltelregel: Deze bepaling regelt dat grond die reeds eerder bij een verleende bouw- of omgevingsvergunning is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen. Deze regel is wettelijk verplicht om op te nemen in een bestemmingsplan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro;
    • b. algemene bouwregels: Hierin worden algemene bouwregels opgenomen die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Zo wordt hierin het ondergronds bouwen geregeld en worden bouwwerken die afwijken van de regeling in het bestemmingsplan, maar wel met een vergunning zijn gebouwd, 'positief' bestemd;
    • c. algemene gebruiksregels: In dit artikel wordt een algemeen gebruiksverbod gegeven, wat geldt voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan, voor gebruik in strijd met de bestemming;
    • d. algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor algemene en geringe afwijkingen van de bouwregels (maatvoering) voor zover al elders in de planregels in afwijkingen is voorzien. Hiermee kan in specifieke situaties maatwerk worden geboden en biedt het bestemmingsplan voldoende flexibiliteit;
    • e. algemene wijzigingsregels: In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid voor het college opgenomen waarin zij - onder voorwaarden - voor het gebied met de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' de bestemming kunnen wijziging in de bestemming 'Kantoor - 1' dan wel 'Groen - Park'.

  • 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen.
    • a. overgangsregels: Deze regel is wettelijk verplicht om op te nemen in een bestemmingsplan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro. Dit artikel bevat regels die als doel hebben bestaande situaties (gebruik of bouwwerken), welke niet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, te regelen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebruik en bouwen. Het overgangsrecht met betrekking tot bouwen en bouwwerken regelt dat bouwwerken die aanwezig waren ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, maar in strijd zijn met het bestemmingsplan, onder overgangsrechtelijke bescherming vallen. Dat wil zeggen dat deze bouwwerken mogen blijven bestaan. Deze bescherming geldt ook voor bouwwerken die op deze peildatum legaal kunnen worden gebouwd, maar nog niet zijn gebouwd.
      De regeling bevat voorts een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om bij een omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van een beperkte uitbreiding (maximaal 10%) van het niet in het nieuwe bestemmingsplan passende bouwwerk.
      Bouwwerken die wel bestonden op de genoemde peildatum, maar zijn gebouwd zonder (omgevings)vergunning, zijn expliciet uitgesloten van de beschermende werking van het overgangsrecht.
      Het overgangsrecht voor met het nieuwe bestemmingsplan strijdig gebruik regelt dat het gebruik van gronden dat bestaat op het moment dat het nieuwe bestemmingsplan van kracht wordt, mag worden voortgezet. Het bestaande gebruik dat (ook) in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan, is echter van deze beschermende werking van het overgangsrecht uitgesloten, indien het op grond van het recht nog mogelijk is om hiertegen op te treden.
    • b. slotregel: Dit artikel bevat de titel (naam) van het vast te stellen bestemmingsplan.

5.2 Planregels

5.2.1 Bestemmingen in dit bestemmingsplan

Voorliggend bestemmingsplan kent de volgende eindbestemmingen: Agrarisch, Agrarisch met waarden - Landschap, Bedrijf, Bedrijf - Nutsvoorziening, Bos, Centrum - 1, Cultuur en ontspanning - Historisch zwembad, Gemengd - 1, Gemengd - 3, Gemengd - 4, Groen, Groen - Dalzone, Groen - Landschap, Groen - Maatschappelijk, Groen - Park, Horeca, Kantoor, Kantoor - 1, Maatschappelijk, Maatschappelijk - Zorginstelling, Maatschappelijk - Zorginstelling 1, Maatschappelijk - Zorginstelling 2, Natuur, Sport, Tuin, Verkeer, Verkeer - Onverhard, Verkeer - Spoorverkeer, Water, Water - Hoogste Ecologische Niveau (HEN - wateren), Water - Specifiek Ecologische Doelstelling (SED-wateren), Wonen en Wonen - Uit te werken.

Daarnaast kent het bestemmingsplan de volgende dubbelbestemmingen: Leiding - Gas, Leiding - Hoogspanningsverbinding, Leiding- Riool, Waarde - Archeologie hoge verwachting, Waarde - Archeologie middelhoge verwachting, Waarde - Beschermingszone niet-waterdoorlatende lagen en grondwaterstromen en Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed.

Als laatste kent het bestemmingsplan ook twee algemene aanduidingen, te weten: 'milieuzone - waterwingebied' en 'veiligheidszone - bedrijven'.

5.2.2 Bestemmingen

Agrarisch

De bestemming 'Agrarisch' is toegekend aan twee gebieden in het plangebied. Ten eerste aan het agrarische perceel aan de Van Toulon van der Koogweg, hoek Emmastraat. Het perceel is bestemd voor de uitoefening van agrarisch gebruik en het hobbymatig houden van dieren. Tevens is daar de aanduiding 'park' toegekend waardoor het terrein (conform de bepalingen van het voorheen geldende bestemmingsplan) ook gebruikt kan worden als park en groenvoorzieningen. Er mogen geen gebouwen gebouwd worden met uitzondering van één schuilgelegenheid van dieren. Verder zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen toegestaan.

Het tweede terrein met deze bestemming is het agrarisch terrein aan het Stenenkruis / Benedendorpsweg 29 (ter plaatse van de aldaar gelegen boerderij). Uitsluitend binnen het bouwvlak van het agrarisch bedrijf aan de Benedendorpsweg 29 mogen gebouwen en maximaal één bedrijfswoning worden opgericht. Ter plaatse van de aanduiding 'weg' zijn ook wegen /paden en verhardingen met opslag van materialen en bedrijfswagens ten behoeve van het agrarisch bedrijf toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - kuilvoer' is de opslag van kuilvoer (sleufsilo's) toegestaan, voor zover deze een milieuhinderafstand hebben van maximaal 25 meter. Ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' zijn volkstuinen toegestaan.

Agrarisch met waarden - Landschap

De bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' is toegekend aan enkele binnen het plangebied voorkomende agrarische percelen. Deze percelen liggen met name in het westen en oosten van het plangebied, maar ook langs en ten zuiden van de Benedendorpsweg. De percelen zijn bestemd voor de uitoefening van agrarisch gebruik, het hobbymatig houden van dieren en het behoud en herstel van de aanwezige landschapswaarden, waaronder de openheid (doorzichten en zichtlijnen) en morfologie (o.a. hoogteverschillen). Uitsluitend binnen het bouwvlak van de agrarisch bedrijven aan de Prins Bernhardweg 1, Benedendorpsweg 168 en de Van Borsselenweg 39 zijn bedrijfsgebouwen en maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Buiten het bouwvlak zijn uitsluitend erf- en terreinafscheidingen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' (aan de van Borsselenweg 39) is tevens een productiegerichte paardenhouderij toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'weg' zijn ook wegen /paden en verhardingen met opslag van materialen en bedrijfswagens ten behoeve van het agrarisch bedrijf toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' zijn volkstuinen toegestaan en ter plaatse van de aanduiding 'fruitteelt' is fruitteelt in de vorm van hoogstamfruitbomen toegestaan.

Bedrijf

De bestemming 'Bedrijf' is toegekend aan de binnen het plangebied voorkomende bedrijven. Het betreft de algemene bestemming 'Bedrijf' voor bedrijven met bijbehorende voorzieningen in de milieucategorie 1 en 2 met specifieke aanduidingen ter plaatse van bijzondere bedrijven. Het gaat in het plangebied om diverse bijzondere bedrijven, waaronder een garagebedrijf, installatiebedrijf en een smederij / constructiebedrijf. Binnen de aanduiding 'bedrijfswoning' is een bedrijfswoning toegestaan. Gebouwen zijn alleen toegestaan in het bouwvlak. De maximale bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding. De bestaande bouwrechten uit de vorige bestemmingsplannen zijn gerespecteerd.

Bedrijf - Nutsvoorziening

De bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' is toegekend aan de binnen het plangebied voorkomende voorzieningen van openbaar nut, welke niet vergunningvrij op te richten zijn. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding. Ter plaatse van het voormalige GAWAR-terrein aan de Benedendorpsweg is met een aanduiding een gronddepot toegestaan. De direct daarnaast gelegen waterzuiveringsinstallatie is ook met een aanduiding aangegeven. Het waterwinbedrijf van Vitens aan de Benedendorpsweg 42 is met een aanduiding aangegeven.

Bos

De bestaande bosgebieden in met name het westelijk deel van het plangebied hebben een passende, beschermende regeling gekregen binnen de bestemming 'Bos'. De gronden in deze bestemming zijn veelal gelegen in het Gelders NatuurNetwerk (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en in het Natura 2000-gebied de Veluwe. Deze gronden zijn bestemd voor bos, het behoud en herstel en/of ontwikkeling van ter plaatse voorkomende ecologische, natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden en morfologie, en de instandhouding herstel en/of ontwikkeling van de daar voorkomende waterlopen, watergangen, waterpartijen, infiltratievoorzieningen, waterberging en waterhuishoudkundige werken. Met deze bestemming woorden de genoemde waarden optimaal beschermd evenals de aanwezige dan wel benodigde watervoorzieningen.

Aangezien de bossen ook een recreatieve functie (met name wandelen) hebben is in deze bestemming opgenomen dat ondergeschikte extensieve recreatie toegestaan is met de bijbehorende onverharde wandelpaden.

Centrum - 1

De bestemming 'Centrum - 1' is toegekend aan de (winkel)panden aan onder andere Urechtseweg, Weverstraat, Plein 1946, en een klein deel van de Van Toulon van der Koogweg. Binnen deze bestemming mogen de percelen worden gebruikt ten behoeve van diverse functies, namelijk horeca, detailhandel, kantoren, dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen en maatschappelijke voorzieningen. Op de verdiepingen zijn woningen toegestaan, met uitzondering van één pand achter Utrechtseweg 174. De panden in de bestemming 'Centrum - 1' zijn dus, conform de voorheen geldende bestemmingsplannen, bedoeld voor centrumvoorzieningen (zoals winkels) op de begane grond bestaande uit één bouwlaag. Daarboven, met een beperkte diepte, zijn woningen (meestal in meerdere lagen) toegestaan. De winkellaag van één bouwlaag heeft meestal een standaard hoogte van maximaal 4 meter en heeft een ruimte diepte. Dit om voldoende winkeloppervlak te genereren voor de centrumfuncties. De woningen hebben een beperkte diepte (circa 8-15 meter). Het is namelijk niet gewenst om diepe woonblokken bovenop de winkels te realiseren. Dit is nagenoeg gelijk aan de voorheen geldende bestemmingsplannen.

Het ambachtelijke glas-in-lood-bedrijf aan de Utrechtseweg 172a heeft de aanduiding 'bedrijf' gekregen. Daar waar op de begane grond al woningen zijn gevestigd (en toegestaan op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan) hebben die een aanduiding 'wonen' gekregen. De bestaande karakteristieke beeldbepalende panden hebben de aanduiding 'karakteristiek' gekregen. Hiervoor geldt, conform de bepalingen uit het voorheen geldende bestemmingsplan, dat die karakteristieke panden niet zonder een omgevingsvergunning gesloopt mogen worden. Het behoud van die panden staat daarbij voorop. Om de doorzichten/doorkijkjes tussen de diverse panden te behouden en om te voorkomen dat diverse panden aan elkaar gebouwd kunnen worden hebben de ruimtes tussen de panden aan de Weverstraat en een deel van de Utrechtseweg (net als in het voorheen geldende bestemmingsplan) een tuin- of verkeersbestemming gekregen. Hierdoor kan daar niet of slechts beperkt gebouwd worden. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding.

Cultuur en ontspanning – Historisch zwembad

De bestemming 'Cultuur en ontspanning – Historisch zwembad' is toegekend aan het historisch zwembad in de Oorsprong aan de Van Borsselenweg. Binnen deze bestemming is uitsluitend cultuur en ontspanning toegestaan in de vorm van een historisch zwembad. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding.

Gemengd - 1

De bestemming 'Gemengd - 1' is toegekend aan de villa aan de Utrechtseweg 62. Binnen deze bestemming zijn kantoren en wonen toegestaan. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale goothoogte en bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding.

Gemengd - 3

De bestemming 'Gemengd - 3' is toegekend aan de Westerbouwing. Conform de bestemming van het pand in het voorheen geldende bestemmingsplan en het bestaande gebruik is ter plaatse het volgende toegestaan. Horeca (niet zijnde logies / hotel), enkele maatschappelijke voorzieningen (zoals culturele activiteiten), museum en cultuur en ontspanning in de vorm van outdoor sporten, wellness, speeltuin, bowlingbaan en lasergamen. Ook is ter plaatse maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale goothoogte en bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding.

Gemengd - 4

De bestemming 'Gemengd - 4' is toegekend aan de Concertzaal aan de Rozensteeg 1 / Dr. Brevéestraat. Conform de in 2009 verleende vrijstelling en in combinatie met de bestemming van het pand in het voorheen geldende bestemmingsplan is ter plaatse het volgende toegestaan. Maatschappelijke voorzieningen (culturele activiteiten en verenigingsleven), een beperkte zelfstandige horeca (niet zijnde logies / hotel) en maximaal 52 dagen per jaar niet-culturele activiteit zoals bruiloften, bijeenkomsten en het gebruik als feestzaal. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale goothoogte en bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding.

Groen

De bestemming 'Groen' is toegekend aan de binnen het plangebied voorkomende grotere en specialere groenvoorzieningen (vaak begrensd door kadastrale grenzen). Vaak gaat het hier om bosachtige groenvoorzieningen of grotere grasvelden. Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, parken en plantsoenen, (wandel)paden, speelvoorzieningen en watervoorzieningen. (Kleinere) groenstroken langs wegen hebben meestal de bestemming 'Verkeer' gekregen. Binnen de bestemming 'Groen' mogen geen gebouwen worden opgericht.

Groen - Dalzone

De bestemming 'Groen - Dalzone' is toegekend aan het Zweiersdal, gelegen tussen de Weverstraat, Molenberg en Fangmanweg. Dit gebied had in het voorheen geldende bestemmingsplan 'Oosterbeek Centrum' (uit 2005) de bestemming 'Dalzone'. In het voorliggende bestemmingsplan heeft dit gebied, net als het bestemmingsplan Oosterbeek-Centrum 2015, een vergelijkbare bestemming en gebruik gekregen. Deze bestemming is ook toegekend voor het gedeelte van de dalzone ten zuiden van de Dam, langs de Zuiderbeek (Zuiderbeekweg, Weverstraat). De gronden in de bestemming 'Groen - Dalzone' zijn bestemd voor 'parken en plantsoenen, groenvoorzieningen, behoud en herstel cultuurhistorische waarden en/of de morfologie, bos, onverharde paden, waterlopen, waterpartijen, infiltratievoorzieningen, waterberging en waterhuishoudkundige werken'. Binnen de bestemming 'Groen - Park' mogen geen gebouwen worden opgericht, met uitzondering van een gebouw ter plaatse van het bouwvlak met de aanduiding 'karakteristiek'.

Het bestaande karakteristieke beeldbepalende pand (die ook zo is opgenomen in het voorheen geldende bestemmingsplan) aan de rand van het Zweiersdal (Fangmanweg) heeft de aanduiding 'karakteristiek' gekregen. Hiervoor geldt, conform de bepalingen uit het voorheen geldende bestemmingsplan, dat dat karakteristieke pand niet zonder een omgevingsvergunning gesloopt mag worden.

In het laagste deel van het Zweiersdal (achter de Weverstraat) is het dal redelijk open (onbebost) en nog zichtbaar. De helling aan de zijde van de Fangmanweg is daarentegen erg bosachtig. Beoogd is om de zichtbaarheid en openheid van het dal te behouden en/of te verbeteren. Daarom heeft dat deel van het dal de aanduiding 'openheid' gekregen. Ter plaatse van de aanduiding 'openheid' is daarom het behoud, herstel en ontwikkeling van de openheid beoogd. Hier is het aanplanten/laten groeien en in stand houden van bomen, struiken en houtgewas omgevingsvergunningplichtig.

Groen - Landschap

De bestemming 'Groen - Landschap' is toegekend aan groene gebied met een landschappelijke waarde. Deze gebieden zijn meestal net niet aan te merken als agrarisch of bos maar ook niet als groen-park (want ze hebben een grotere natuurwaarde). Vaak kenmerken ze zich door een combinatie van openheid (grasland) met bomen / bos. Deze gebieden liggen onder andere op enkele plekken langs de Gielenbeek, ten zuiden van Tuin de Lage Oorsprong en in de hoek van de Sandersweg / Pietersbergseweg. De gronden in de bestemming 'Groen - Landschap' zijn bestemd voor 'de bescherming, behoud en verdere ontwikkeling van de landschapswaarden, de openheid (o.a. doorzichten en zichtlijnen) en morfologie (o.a. hoogteverschillen), parken en plantsoenen, bos, agrarisch medegebruik en hobbymatig houden van dieren, extensieve recreatie, onverharde paden, waterlopen, waterpartijen, infiltratievoorzieningen, waterberging en waterhuishoudkundige werken'. Binnen de bestemming 'Groen - Landschap' mogen geen gebouwen worden opgericht, met uitzondering van bestaande gebouwen.

Groen - Maatschappelijk

De bestemming 'Groen - Maatschappelijk' is toegekend aan de grotere groenvoorzieningen van het terrein Jan Pieter Heije aan de Utrechtseweg 274-278, 316-318, voornamelijk bestaand uit bos/bomen en struiken of grasland, welke ook een functie hebben voor de maatschappelijke functies van het terrein Jan Pieter Heije. Groenvoorzieningen op het terrein Jan Pieter Heije die geen maatschappelijke functie (meer) hebben, dan wel welke teruggegeven zijn aan de natuur, en die gelegen zijn in de Gelders NatuurNetwerk (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, categorie 'natuur') hebben de bestemming 'Bos' gekregen.

De bestemming 'Groen - Maatschappelijk' geldt met name voor de enkele jaren geleden aangelegde groenstrook achter de woningen aan de Wolterbeekweg in het oosten en het grote grasveld in het noorden tussen de Utrechtseweg en het hoofdgebouw. Deze gronden zijn eigendom en in gebruik door de maatschappelijke functies op het terrein Jan Pieter Heije en zijn bestemd voor groenvoorzieningen, parken, bos, (wandel)paden, maatschappelijke voorzieningen, speelvoorzieningen, watervoorzieningen, agrarisch gebruik en plantsoenen. Binnen de bestemming 'Groen - Maatschappelijk' mogen geen gebouwen worden opgericht. Ter plaatse van het grasveld in het noorden, tussen de Utrechtseweg en het hoofdgebouw, is de aanduiding 'evenemententerrein' opgenomen. Dit grasveld wordt regelmatig gemaaid en is en wordt niet agrarisch gebruikt en ook nooit geweest. Wel is het de wens dit agrarisch te gaan gebruiken ten behoeve van de bewoners van het terrein. Dit terrein wordt al tientallen jaren gebruikt om enkele evenementen voor de maatschappelijke functies op het terrein te organiseren, zoals de jaarlijkse kermis/circus voor de bewoners van het terrein. Ook wordt dit grasveld ieder jaar gebruikt voor de airborne-activiteiten in de gemeente en de regio. Dan worden op het grasveld gedurende enkele dagen tenten opgeslagen en voormalige militaire voertuigen gestald. Met de aanduiding 'evenemententerrein' welke specifiek voor de bestaande evenementen is geschreven worden deze activiteiten planologisch vastgelegd.

Groen - Park

De bestemming 'Groen - Park' is toegekend aan de binnen het plangebied voorkomende grotere (en soms beboste) waardevolle grote groenvoorzieningen (vaak begrensd door kadastrale grenzen). Deze bestemming geldt onder andere ter plaatse van de parkstrook tussen de Pietersbergseweg en de J.J. Talsmalaan (naast het uitvaartcentrum), park Hartenstein, het park Bato's wijk, het parkgebied bij het terrein De Hes-west (Arnhems Buiten) het parkgebied langs/ten zuiden van de Sandersweg en het particuliere groene terrein tussen de Van Eeghenweg en de Jagerskamp. Ter plaatse van dat laatste gebied is tevens een aanduiding opgenomen voor het bestaande agrarische medegebruik in de vorm van het (hobbymatig)houden van dieren. Deze gronden zijn bestemd voor bedoeld voor groenvoorzieningen, parken, bos, (wandel)paden, speelvoorzieningen, watervoorzieningen en plantsoenen. Wegen en parkeervoorzieningen kunnen niet in deze bestemming worden gerealiseerd. Binnen de bestemming 'Groen - Park' mogen geen gebouwen worden opgericht met uitzondering van het gebouw van de dierenweide in park Hartenstein.

De muziekluifel in park Hartenstein is met een speciale aanduiding aangegeven. Conform het gemeentelijk beleid (opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening, (APV)) en zoals dit ook feitelijk gebruikt wordt zijn op beperkte schaal evenementen toegestaan in park Hartenstein en Bato's wijk. In het parkgebied van De Hes-west is met een aanduiding aangegeven dat een EMC-testtent (electromagnetische compatibiliteit-testtent) toegestaan is, conform de feitelijke situatie.

Horeca

De bestemming 'Horeca' is toegekend aan het restaurant aan de Utrechtseweg 266 (Hartenstein@Laurie). Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte zijn opgenomen op de verbeelding.

Kantoor

De bestemming 'Kantoor' is toegekend aan het kantoorgebouw aan de Benedendorpsweg 188 (op het voormalige GAWAR-terrein). Ter plaatse is met een aanduiding ook een atelier toegestaan. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding.

Kantoor - 1

De bestemming 'Kantoor - 1' is, conform het voorheen geldende bestemmingsplan 'De Hes-west 2011', toegekend aan de bestaande (en geplande) specifieke kantoorgebouwen in De Hes-west (Arnhems Buiten) aan de Klingelbeekseweg. Binnen deze bestemming zijn kantoren en onderzoekslaboratoria toegestaan, evenals de bijbehorende wegen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterpartijen e.d. Gebouwen dienen binnen de bouwvlakken gerealiseerd te worden, met inachtneming van de maatvoeringsbepalingen zoals opgenomen middels aanduidingen op de verbeelding en het maximum bruto vloeroppervlakte zoals opgenomen in de bouwregels. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding. De bestaande wijzigingsbevoegdheid (uit 2011) is overgenomen in het bestemmingsplan.

Maatschappelijk

De bestemming 'Maatschappelijk' is toegekend aan percelen en panden met een maatschappelijke functie en gebruik en met een maatschappelijke bestemming in de voorheen gelden de bestemmingsplannen. Binnen deze bestemming zijn de percelen bestemd voor diverse maatschappelijke functies, zoals een bibliotheek, onderwijs, kinder(dag)opvang, creativiteitscentrum, (kunst)atelier, openbare dienstverlening (zoals een politiekantoor en een brandweerkazerne), verenigingsleven en welzijns- en zorginstellingen. In de begrippen is een omschrijving opgenomen voor maatschappelijke voorzieningen. Binnen deze bestemming zijn de percelen daarnaast bestemd voor bijbehorende voorzieningen, zoals parkeren, groenvoorzieningen en bouwwerken. Met een specifieke aanduiding zijn de begraafplaats aan de Fangmanweg, het uitvaartcentrum aan de Utrechtseweg, de kerken aan de Van Toulon van der Koogweg en de Wilhelminastraat / Jacobaweg, de dierenarts aan de Pietersbergseweg, het nutsbedrijf aan de Annastraat en het fitnesscentrum aan de Wilhelminastraat, de scouting aan de Van Borsselenweg aangegeven, de voormalige school aan de Talsmalaan, het Airbornemuseum, de kerk aan de Benedendorpsweg 134, de bredeschool aan de Van Spaenweg 11-11a / Mariënbergweg 28 en het schoolgebouw aan de Wijand van Arnhemweg 1. Tevens zijn de bestaande bedrijfswoningen met een aanduiding aangegeven. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte zijn opgenomen op de verbeelding.

Maatschappelijk - Zorginstelling

De bestemming 'Maatschappelijk - Zorginstelling' is toegekend aan bestaande en reeds planologisch bestemde maatschappelijke voorzieningen met een specifiek zorg- en woonzorgcomponent, zoals woonzorgcentra en serviceflats. Hierbij kan worden gedacht aan De Molenberg, het terrein aan de Pietersbergseweg 19 en het gebouw van het Leo Kannerhuis aan de Van Toulon van der Koogweg. Binnen deze bestemming zijn de percelen bestemd voor diverse maatschappelijke functies, zoals een woonzorgcentrum, verzorgingshuis, gezondheidszorg, een school, kinder(dag)opvang, creativiteitscentrum en welzijns- en zorginstellingen. In de begrippen is een omschrijving opgenomen voor maatschappelijke voorzieningen - zorginstelling. Binnen deze bestemming zijn de percelen daarnaast bestemd voor bijbehorende voorzieningen, zoals parkeren, groenvoorzieningen en bouwwerken. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte zijn opgenomen op de verbeelding.

Maatschappelijk – Zorginstelling 1 

De bestemming 'Maatschappelijk – Zorginstelling 1' is toegekend aan het terrein Jan Pieter Heije aan de Utrechtseweg 274-278, 316-318. Het is een bestemming die grotendeels gelijk is aan de algemene bestemming 'Maatschappelijk – Zorginstelling' maar dan met enkele extra toevoegingen speciaal voor het terrein van Jan Pieter Heije. In deze bestemming zijn maatschappelijke voorzieningen met een specifiek zorg- en woonzorgcomponent, zoals internaten en woonzorgcentra toegestaan. Binnen deze bestemming zijn de percelen bestemd voor diverse maatschappelijke functies, zoals een school, jeugdopvang, internaten, onderwijs, kinder(dag)opvang, zorgwonen, begeleid wonen, woonzorgcentrum, gezondheidszorg, creativiteitscentrum en welzijns- en zorginstellingen. In de begrippen is een omschrijving opgenomen voor maatschappelijke voorzieningen - zorginstelling. Binnen deze bestemming zijn de percelen daarnaast bestemd de bijbehorende voorzieningen, zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en bouwwerken. De bestaande bouwrechten uit de vorige bestemmingsplannen zijn gerespecteerd. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte en oppervlakte zijn opgenomen op de verbeelding.

In de bestemming 'Maatschappelijk – Zorginstelling 1' zijn meerdere bouwvlakken opgenomen. Met name de delen ten westen van de noord-zuid-gelegen hoofdlaan zijn meerdere bouwvlakken opgenomen. Dit is gedaan vanwege de ligging van dat gedeelte in het Natura 2000-gebied. Door binnen de bestemming 'Maatschappelijk – Zorginstelling 1' te werken met meerder bouwvlakken met elk een eigen maximale te bebouwen oppervlakte kan voorkomen worden dat alle bebouwing gebouwd zou kunnen worden binnen het gedeelte wat is gelegen in het Natura 2000-gebied.

Maatschappelijk – Zorginstelling 2 

De bestemming 'Maatschappelijk – Zorginstelling 2' is toegekend aan het terrein van de Zinzia Zorggroep aan de Hemelseberg 1. Deze bestemming is bedoeld voor maatschappelijke functies met een specifieke (woon-)zorgcomponent en is grotendeels gelijk aan de bestemming 'Maatschappelijk - Zorginstelling' met dien verstande dat de bestemming 'maatschappelijk - Zorginstelling 2' beperkter is qua toegestane functies. Binnen deze bestemming zijn onder andere een gasthuis, gezondheidszorg, herstellingsoord, internaten, sanatoria, verpleeg- of verzorgingshuis, woonzorgcentrum, zorginstelling en zorgwoningen toegestaan. Binnen deze bestemming zijn de percelen daarnaast bestemd voor bijbehorende voorzieningen, zoals parkeren, groenvoorzieningen en bouwwerken. Gebouwen mogen alleen gebouwd worden binnen het bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte zijn opgenomen op de verbeelding.

Natuur

De bestemming 'Natuur' is toegekend aan een perceel grond ten zuiden van het Kerkpad ter hoogte en ten zuiden van het terrein van de voormalige gasfabriek GAWAR aan de Benedendorpsweg. De grond van het perceel is recent gesaneerd, deels natuurlijk ingericht en niet meer agrarisch te gebruiken.

Sport

De bestemming 'Sport' is toegekend aan het bestaande zwembad aan het Lucassenpad. Met een aanduiding 'zwembad' is aangegeven dat hier (conform het planologisch recht uit het voorheen geldende bestemmingsplan) uitsluitend een zwembad en/of een sauna, zonnestudio, beautysalon en een sportschool/fitnesscentrum zijn toegestaan. De bestemming 'Sport' is daarnaast toegekend aan de bestaande sportvelden en sportterrein aan de J.J. Talsmalaan (sportpark Hartenstein). Binnen de bestemming 'Sport' is tevens ondersteunende horeca ten dienste van de bestemming toegestaan. Verder zijn de gronden onder andere bestemd voor bijbehorende groenvoorzieningen, wegen en paden, parkeervoorzieningen, verhardingen en speelvoorzieningen. Uitsluitend binnen het bouwvlak zijn gebouwen toegestaan met op de verbeelding aangegeven bouwhoogte. De maximale oppervlakte aan gebouwen is met een aanduiding aangegeven bij sportpark Hartenstein. Verder zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals erfafscheidingen en ter plaatse van sportpark Hartenstein ook lichtmasten.

Tuin

De bestemming 'Tuin' is toegekend aan percelen gelegen bij de bestemming Wonen. De bestemming 'Tuin' is opgenomen ter plaatse van met name de voortuinen van de woningen. Daarnaast zijn op de verbeelding specifieke aanduidingen opgenomen voor enkele met vergunning gebouwde overkappingen, bijgebouwen en parkeerterreinen, ten behoeve van het gebruik voor detailhandel (o.a. parkeren) en horeca (zoals een terras) bij de in het bijbehorende gebouw toegestane functie. Op percelen met de bestemming 'Tuin' zijn verder alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en uitbouwen, die aan de voorgeschreven maatvoeringseisen voldoen, toegestaan. De bestaande wijzigingsbevoegdheid voor de bouw van één woning aan de Kneppelhoutweg 14a is overgenomen. De wens voor de bouw van de woning is nog actueel.

Verkeer

De bestemming 'Verkeer' is voornamelijk toegekend aan wegen, fiets en wandelpaden en de daarnaast gelegen (kleine) groenstroken binnen het plangebied. Ook zijn diverse bestaande achterpaden en brandgangen achter woningen opgenomen in deze bestemming. Met een aanduiding zijn (bestaande) garageboxen aangegeven. Daarnaast zijn in deze bestemming ook andere functies toegestaan zoals waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen. Op de percelen met deze bestemming zijn alleen kleine gebouwen ten behoeve van het openbaar vervoer, wegverkeer of nutsvoorzieningen toegestaan. Een uitzondering hierop is dat ter plaatse van de bestaande parkeergarage (achter Utrechtseweg 198) een gebouw is toegestaan (binnen het bouwvlak).

Verkeer - Onverhard

De bestemming 'Verkeer - Onverhard' is toegekend aan onverharde wegen en paden binnen het plangebied. Het gaat met name om onverharde bospaden (met een breed profiel) in het westen van het plangebied. In deze bestemming zijn ook andere functies toegestaan zoals waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen. Voor deze wegen en paden is het in principe niet de bedoeling dat deze verhard worden.

Verkeer - Spoorverkeer

De bestemming 'Verkeer - Spoorverkeer' is voornamelijk toegekend aan de spoorlijn Arnhem - Nijmegen en de bijbehorende bermen en eigendommen van ProRail (NS). De gronden zijn bestemd voor het spoorverkeer, maar ook voor wegen en paden met bijbehorende bruggen en groenvoorzieningen. Op de percelen met deze bestemming zijn alleen kleine gebouwen ten behoeve van het openbaar vervoer, wegverkeer of nutsvoorzieningen toegestaan. Een uitzondering hierop is het bestaande gebouw van ProRail aan de Prins Bernhardweg en het bestaande woongebouw van het voormalige stationsgebouw aan de Klingelbeeksweg. Het wonen in het laatste gebouw is aangegeven met de aanduiding 'wonen'.

Water

De bestemming 'Water' is toegekend aan het water ter plaatse van de sloten / beken in het zuiden, langs grens met de uiterwaarden. Binnen deze bestemming zijn de percelen bestemd voor de waterhuishouding, waterhuishoudkundige werken en oevers en taluds. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden opgericht.

Water - Hoogste Ecologische Niveau (HEN-wateren)

De bestemming 'Water - Hoogste Ecologische Niveau (HEN-wateren)' is toegekend aan de gronden / wateren die als zodanig zijn aangewezen binnen provinciaal beleid en die van het waterschap. Voor de inhoud van de regeling is aansluiting gezocht bij dit beleid. Het betreft hier de Oorsprongbeek en de Gielenbeek. De gronden in deze bestemming zijn bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van wateren die primair afhankelijk zijn van de waterkwaliteit, de watervoerendheid, de morfologie van de oevers van waterlopen en de ter plaatse voorkomende natuur-, ecologische- en landschapswaarden.

Binnen deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die noodzakelijk zijn binnen de bestemming. Verder is binnen deze bestemming een omgevingsvergunningstelsel opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Alvorens tot verlening van de vergunning over te mogen gaan, dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder. De Zuiderbeek en de Slijpbeek hebben de bestemming Water - Specifieke Ecologische Doelstelling gekregen. De andere wateren (met name de sloten / beken langs de uiterwaarden) hebben de bestemming 'Water' gekregen. Hier geldt een iets minder streng beschermingsregime.

Water - Specifieke Ecologische Doelstelling (SED)

De bestemming 'Water - Specifieke Ecologische Doelstelling (SED)' is toegekend aan de gronden / wateren die als zodanig zijn aangewezen binnen provinciaal beleid en die van het waterschap. Voor de inhoud van de regeling is aansluiting gezocht bij dit beleid. Het betreft hier de Slijpbeek en de Zuiderbeek. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de beek (waterkwaliteit, watervoerendheid en doorstroming) met bijbehorende natuur-, ecologische- en landschapswaarden. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. Verder is binnen deze bestemming een omgevingsvergunningstelsel opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Alvorens tot verlening van de vergunning over te mogen gaan, dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder.

Wonen

De bestemming 'Wonen' is toegekend aan de verschillende soorten woningen in het plangebied. Het maximaal aantal woningen in een bouwvlak is aangeduid op de verbeelding. Bestaande bouwrechten, dus de bouwvlakken en en bouwhoogten, uit het vorige plan zijn, voor zover mogelijk, gerespecteerd en overgenomen. Soms zijn deze iets opgerekt. Op enkele plaatsen in het bouwvlak anders gelegd doordat delen van de woningen voorheen buiten het bouwvlak lagen of doordat er met vergunning bijgebouwd is bij de woningen. Ook de goot- en bouwhoogte van enkele woningen is aangepast aan de feitelijke en vergunde situatie. De grens tussen het voorerf en het bebouwbare achtererf uit het vorige bestemmingsplan is aangepast aan de nieuwe standaarden van de gemeente en de wettelijke bepalingen over het vergunningvrij bouwen. Dat wil zeggen dat het bebouwbare achtererf (bestemming 'Wonen' zonder bouwvlak) nu dichter op de voorgevel van de woningen ligt. Verder zijn de maximale bouwhoogten aangepast aan de laatste gemeentelijke standaarden, zo geldt een standaard goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Woningen met een bestaande lagere bouwhoogte die ook veel lagere maximale bouwhoogtes hebben in de voorheen geldende bestemmingsplannen hebben een lagere bouwhoogte gekregen. In het (oude) centrum van Oosterbeek, aan en nabij de Weverstraat, hebben de woningen veelal de bestaande hoogte gekregen.

Hoofdgebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij hoofdgebouwen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. Een bouwvlak mag geheel worden volgebouwd. Binnen het bouwvlak gelden de op de verbeelding opgenomen maximale goot- en bouwhoogten. Buiten het bouwvlak geldt een in de regels opgenomen maximale oppervlakte en maximale goot- en bouwhoogte voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen.

De bestaande karakteristieke beeldbepalende panden (die ook zo zijn opgenomen in het voorheen geldende bestemmingsplan) hebben de aanduiding 'karakteristiek' gekregen. Hiervoor geldt, conform de bepalingen uit het voorheen geldende bestemmingsplan, dat die karakteristieke panden niet zonder een omgevingsvergunning gesloopt mogen worden.

Bestaande, in de voorheen geldende bestemmingsplannen toegestane en met vergunning mogelijk gemaakte, bijzondere functies in woningen zijn met een aanduiding opgenomen, zoals detailhandel, kantoor, horeca, zorgwoningen, garagebedrijf en enkele gemengde bestemmingen waarin een combinatie van o.a. deze functies zijn toegestaan. Ook is de in het vorige bestemmingsplan planologisch toegestane (ondergrondse) parkeergarage met een aanduiding aangegeven.

In deze bestemming zijn onder bepaalde voorwaarden, conform het gemeentelijke beleid, aan-huis-verbonden beroepen (alleen door de bewoners van de woning) toegestaan.

Om voldoende flexibiliteit te houden in het bestemmingsplan en om snel, via maatwerk, in te kunnen spelen op veranderende behoeftes in het gebruik van de woningen zijn afwijkingen opgenomen om kamerbewoning, zorgwoning, aan-huis-verbonden bedrijf (alleen voor de bewoners van de woning), bed & breakfast, mantelzorg en zogenaamde twee- of drie-generatiewoning mogelijk te maken in de woningen en/of bijgebouwen.

In de regels van de bestemming Wonen zijn voorts afwijkingsbevoegdheden opgenomen ten behoeve van het toestaan van meer wooneenheden dan ter plaatse van de aanduiding is aangegeven (conform de bestemmingsplanvoorschriften van de voorheen geldende bestemmingsplannen), het toestaan van het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak en het toestaan van (kleine) overschrijding van bouw- en goothoogten.

Wonen - Uit te werken

De bestemmingen 'Wonen - Uit te werken' is, conform het bestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2006', toegekend aan percelen achter de woningen aan de zuidzijde van de Bato'sweg (onevennummers 17-33), Engelenhof 4 en 5, het Kerkeland (onevennummers 3-45), en de Jhr. Nedermeijer van Rosenthalweg (onevennummers 81-85). Het college van burgemeester en wethouders kan ter plaatse het bestemmingsplan wijzigen om maximaal 16 grondgebonden woningen toe te staan.

5.2.3 Dubbelbestemmingen

Het plan bevat verder zes zogenoemde dubbelbestemmingen. Dubbelbestemmingen vallen als het ware over “onderliggende” materiële bestemmingen heen en houden beperkingen in voor de bouw-, aanleg- en/of gebruiksmogelijkheden van die bestemmingen. Dubbelbestemmingen dienen dus een specifiek ruimtelijk belang en zijn vrijwel allen eerder in het gemeentelijk beleid, waaronder de gemeentelijke bouwverordening, vastgelegd. Het bestemmingsplan kent de volgende dubbelbestemmingen: Leiding - Gas, Leiding - Hoogspanningsverbinding, Leiding- Riool, Waarde - Archeologie hoge verwachting, Waarde - Archeologie middelhoge verwachting, Waarde - Beschermingszone niet-waterdoorlatende lagen en grondwaterstromen en Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed. Het bestemmingsplan kent ook twee algemene aanduidingen, te weten: 'milieuzone - waterwingebied' en 'veiligheidszone - bedrijven'. Hierna worden de dubbelbestemmingen en de aanduidingen beschreven.

Leiding – Gas 

De dubbelbestemming 'Leiding – Gas' is opgenomen ter plaatse van de in de ondergrond aanwezige gasleidingen. Rondom de gasleiding ligt een zone van 10 meter (5 meter aan beide zijden van de hartlijn van de leiding) waarbinnen ter bescherming van de gasleiding een bouwverbod is opgenomen. Ter bescherming van de leiding is een bouwverbod opgenomen. Van dit verbod kan door middel van een omgevingsvergunning worden afgeweken. Daarnaast is een omgevingsvergunningsplicht opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden.

Leiding - Hoogspanningsverbinding

De dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' is opgenomen in verband met de binnen het plangebied In het oosten, langs de spoorlijn Arnhem – Nijmegen) aanwezige bovengrondse hoogspanningsleiding / -verbinding. Rondom de hoogspanningsverbinding ligt een zone van 70 meter (35 meter aan beide zijden van de hartlijn van de leiding) waarbinnen ter bescherming van de hoogspanningsleiding een bouwverbod is opgenomen. Van dit verbod kan door middel van een omgevingsvergunning, na advies van de leidingbeheerder, worden afgeweken. Daarnaast is een omgevingsvergunningsplicht opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden.

Leiding – Riool

De dubbelbestemming 'Leiding – Riool' is opgenomen ter plaatse van de in het ondergrond aanwezige hoofdrioolstelsel. Ter bescherming van dit rioolstelsel is een bouwverbod opgenomen. Van dit verbod kan door middel van een omgevingsvergunning worden afgeweken. Daarnaast is een omgevingsvergunningsplicht opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden.

Waarde - Archeologische verwachting

De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' en 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' zijn, conform gemeentelijk beleid opgenomen ter bescherming van de in grond potentieel (te verwachten) aanwezige archeologische relicten. De gebieden met deze bestemmingen hebben een beschermingsregime gekregen met een bouwverbod en een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.

In de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' is het verboden om gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de eindbestemmingen te bouwen indien de oppervlakte meer dan 200 m² betreft en de ondergrondse diepte (in de grond) meer dan 0,3 meter bedraagt. In de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' geldt hetzelfde maar dan voor een oppervlakte van meer dan 500 m². Dit ter bescherming van de mogelijke archeologische waarden in de ondergrond.

Een zelfde bepaling geldt ook voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.

Voor beide archeologische dubbelbestemmingen geldt verder dat het college van burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning af kan wijken voor het bouwen of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden overeenkomstig de regels van de eindbestemmingen. Dat wil zeggen dat op die manier gebouwd kan worden met een grotere oppervlakte en een grotere ondergrondse diepte indien op basis van bijvoorbeeld een ingesteld archeologisch onderzoek geen archeologische waarden aanwezig zijn of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de archeologische waarden van de gronden waarop gebouwd gaat worden, dan wel dat de archeologische waarden anderszins veilig worden gesteld.

Waarde - Beschermingszone niet-waterdoorlatende lagen en grondwaterstromen

De dubbelbestemming 'Waarde - Beschermingszone niet-waterdoorlatende lagen en grondwaterstromen' heeft betrekking op de ondergrondse grondwaterstromen. Specifiek zijn deze gebieden mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in deze gronden verwachtte en reeds bekende geohydrologische situatie waaronder de (scheefgestelde) kleischotten/leemlagen (dit zijn niet-waterdoorlatende lagen) en grondwaterstromen ten behoeve van de toestroming van grondwater naar de beken en (schijn)grondwaterstanden.

Voor de gebieden binnen deze dubbelbestemming geldt dat in principe geohydrologisch onderzoek moet plaatsvinden naar de effecten op leemlagen en of kleischotten in de bodem, bij ingrepen in de bodem op een diepte van meer dan 1,5 meter, die op basis van de geldende eindbestemmingen zijn toegestaan. Onderzoek moet aantonen dat de ingreep de bestaande grondwaterstromen en de (schijn)grondwaterstand niet aantast. Alleen dan kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de voorgaande bepaling om dieper dan 1,5 meter te bouwen of te graven.

milieuzone - waterwingebied

Deze aanduiding is opgenomen ter plaatse van het waterwingebied aan de Benedendorpsweg 42 en is bedoeld voor de bescherming van het waterwingebied / de waterwinning. Binnen die zone geldt een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van werken om te voorkomen dat door die werken een negatief effect optreedt op de kwaliteit van het grondwater en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belangen van de waterwinning. Voordat een vergunning verleend wordt, wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder.

veiligheidszone - bedrijven

Deze aanduiding is opgenomen ter plaatse van het gasdrukmeet- en regelstation aan de Molenberg en is bedoeld voor de bescherming van het gasdrukmeet- en regelstation door het opnemen van een veiligheidszone. Hiermee kan voorkomen worden dat kwetsbare objecten (zoals woningen) en beperkt kwetsbare objecten te dicht op het gasdrukmeet- en regelstation gebouwd kunnen worden.

Binnen een afstand van 4 meter van de gevel van het gasdrukmeet- en regelstation mogen geen gebouwen voor beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd en binnen een afstand van 10 meter van de gevel van het gasdrukmeet- en regelstation mogen geen gebouwen voor kwetsbare objecten worden gebouwd.

Hoofdstuk 6 Procedure

6.1 Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het wettelijk verplichte overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016' verzonden aan de gebruikelijke partners, waaronder de provincie.

6.2 Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan 'Oosterbeek-Zuid 2016' heeft vanaf 24 februari 2016 gedurende zes weken, dus tot en met 5 april 2016 ter inzage gelegen. In de genoemde periode zijn p.m. zienswijzen ingediend. In de Staatscourant van woensdag 24 februari 2016 en in het huis-aan-huis blad Hoog en Laag van woensdag 24 juni 2016 is de ter inzage legging bekend gemaakt. Ook op de gemeentelijke website is deze bekendmaking gepubliceerd. Het bestemmingsplan heeft in deze periode analoog ter inzage gelegen in de bibliotheek te Oosterbeek en in het gemeentehuis. Het bestemmingsplan was digitaal ook in te zien op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl en op de gemeentelijke website www.renkum.nl.

Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is op 21 oktober 2015 de kennisgeving op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening gepubliceerd in de Staatscourant en in de Hoog en Laag en op de gemeentelijke website. In die kennisgeving was aangegeven dat het ontwerpbestemmingsplan naar verwachting december 2015 dan wel januari 2016 in ontwerp ter inzage gelegd zou worden.

6.3 Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen

6.4 Ambtshalve wijzigingen