direct naar inhoud van 3.2 Provinciaal beleid
Plan: Nieuweweg 3, 2012
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0274.bp0140rh-on01

3.2 Provinciaal beleid

Ruimtelijke Verordening Gelderland

Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben op 21 januari 2011 de Ruimtelijke Verordening Gelderland vastgesteld. Met een verordening kunnen de Provinciale Staten regels stellen over de inhoud, toelichting of onderbouwing van bestemmingsplannen. Dit is gebaseerd op het Streekplan Gelderland 2005.

De provinciale verordening schrijft dat het niet toegestaan is om nieuwe bebouwing te realiseren ten behoeve van wonen en werken buiten bestaand bebouwd gebied, buiten de woningbouwcontour van de Stadsregio Arnhem Nijmegen en buiten de zoekzones wonen en werken, tenzij de nieuwe bebouwing functioneel gebonden is aan het buitengebied.

Planspecifiek

Het plangebied is gelegen binnen bestaand gebied. Het plan past daarmee binnen de kaders van het ontwerp Ruimtelijke Verordening.

Streekplan Gelderland 2005-2015

Het Streekplan Gelderland 2005-2015 (vastgesteld op 29 juni 2005) vormt het belangrijkste beleidskader op provinciaal niveau. Het streekplan is door de inwerkingtreding van de Wro (m.i.v. 01-07-2008) van rechtswege aangemerkt als een structuurvisie. Het streekplan heeft als hoofddoel de ruimtebehoefte zorgvuldig en in regionaal verband te accommoderen.

Het provinciaal beleid blijft ook in de toekomst gericht op een intensivering van het ruimtegebruik binnen of rondom het bestaande bebouwde gebied op locaties waar dat mogelijk is. Randvoorwaarde hierbij is dat onder andere de karakteristieke ruimtelijke elementen binnen het bestaande bebouwde gebied moeten worden behouden of versterkt moeten worden. Een ander relevant uitgangspunt is dat het aanbod van nieuwe woningen en woonmilieus goed aansluit bij de voorkeuren van bewoners.

Planspecifiek

Het plan past binnen de kaders van het Streekplan, omdat de nieuwe woning wordt gerealiseerd in bestaand bebouwd gebied en aansluit op de bestaande omgeving. Behoud en groei draagt bij aan een robuuste lokale economie. In de visie wordt in dit kader gestimuleerd om bestemmingsplannen zo nodig aan te passen om het werken aan huis beter te faciliteren. Dit combineren van wonen en werken is ook een gewenste ontwikkeling op grond van het Streekplan 2005.

Provinciale woonvisie / Kwalitatief woonprogramma

De provincie Gelderland heeft het woonbeleid voor de provincie verwoord in de provinciale woonvisie, waar het kwalitatief woonprogramma onder valt. Het woonbeleid wordt hierin regionaal aangepakt zodat het regionale aanbod van de woningen zo goed mogelijk aansluit op de vraag. De provincie schept kaders voor de woonopgave voor de gemeenten en woningcorporaties.

In januari 2010 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland het kwalitatief woonprogramma voor de periode 2010-2019 vastgesteld. Gebleken is dat de woningbehoefte in Gelderland in deze periode lager uit komt dan in de periode 2005-2014. Hoewel op termijn de behoefte aan groei van de woningvoorraad geleidelijk afneemt, zouden gemeenten de komende jaren volgens de prognose moeten doorgaan met het ontwikkelen van bouwplannen. In alle regio’s is momenteel voor de korte termijn nog sprake van een woningtekort en in alle regio’s is er van jaar tot jaar een ontwikkeling in de woningbehoefte.

De kwalitatieve woonprogramma's van de gemeenten en woningcorporaties en de aangetoonde (kwalitatieve) woningbehoefte vormen de inzet voor het woonbeleid in de Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Onderstaande punten zijn bepaald in het woonprogramma voor deze stadsregio:

  • verhouding huur-koop: 26% van de nieuw te bouwen woningen moet in de huursector gerealiseerd worden.
  • betaalbare woningen: 37% van de nieuw te bouwen woningen moet in de betaalbare segmenten (de segmenten goedkope huur, betaalbare huur en goedkope koop) gerealiseerd worden.
  • nultredenwoningen: 40% van de woningbehoefte moet ingevuld worden als nultredenwoningen.
  • totaal aantal toe te voegen woningen: het totaal aantal toe te voegen woningen in de stadsregio is gesteld op 26.000 woningen (netto). Gemeenten gaan voor voldoende plancapaciteit, rekening houdend met een planuitval van 30%. Dit komt neer op een totale netto plancapaciteit van circa 33.800 woningen.
  • verfijning regionale opgave: de gemeenten geven verdere invulling aan de stadsregionale opgave met bijbehorende fasering. De woningcorporaties en de provincie werken actief mee aan het tot stand komen van deze kwalitatieve en kwantitatieve invulling.
  • woningbouw op korte termijn: in samenspraak met de gemeenten en de woningcorporaties wordt een lijst van uit te voeren projecten opgesteld, welke als basis zal dienen voor de minimaal te realiseren woningbouw voor de jaren 2010, 2011 en 2012.

Planspecifiek

Het plan past binnen de kaders van de provinciale woonvisie, omdat de nieuwe woning binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt. Een toename van één woning heeft geen noemenswaardige invloed op het provinciaal woningaanbod.