direct naar inhoud van Artikel 3 Centrum
Plan: Bestemmingsplan Veritasweg 1-5, 2012
Status: concept
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0274.bp0142ob-on01

Artikel 3 Centrum

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Centrum aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven, genoemd in categorie 1 in de bijlage Staat van bedrijvigheid, of bedrijven die hierin niet genoemd zijn maar daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen zijn; alsmede bedrijven voor handel in auto's en motorfietsen, of bedrijven die daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen zijn en die met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf-autohandel” op de verbeelding is aangegeven;
  • b. dienstverlenende bedrijven en/of instellingen genoemd in de bijlage Staat van bedrijvigheid of bedrijven die hierin niet genoemd zijn maar daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen zijn;
  • c. maatschappelijke voorzieningen genoemd in de bijlage Staat van bedrijvigheid of bedrijven die hierin niet genoemd zijn maar daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen zijn en met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 (begripsbepalingen);
  • d. kantoren genoemd in de bijlage Staat van bedrijvigheid of bedrijven die hierin niet genoemd zijn maar daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen zijn en met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 (begripsbepalingen);
  • e. met de daarbij behorende:
  • bijgebouwen en aanbouwen;
  • tuinen, erven en terreinen;
  • parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen;
  • wegen, straten en paden;
  • waterlopen, waterpartijen, infiltratievoorzieningen, waterberging en waterhuishoudkundige werken, zoals duikers;
  • bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • andere werken.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen in het bouwvlak
  • a. een gebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. een bouwvlak mag voor 100% worden bebouwd;
  • c. de goothoogte van de gebouwen bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' aangegeven goothoogte;
  • d. de bouwhoogte van de gebouwen bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' aangegeven bouwhoogte.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. erf- en terreinafscheidingen zijn niet toegestaan;
  • b. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 7 meter bedragen;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen.
3.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen, ten behoeve van: het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.